Arbeidsmarkt van morgen Nieuws

De keus tussen tijdelijk werk of géén werk

Artikel, 10 maart 2013

NBBU-cao

De beperkingen die aan flexwerk worden gesteld in het sociaal akkoord zullen niet leiden tot meer ‘vaste’ contracten.

Integendeel, zegt Bart Jeroen Croll, voorzitter van de NBBU. “Het gaat niet om de keus tussen tijdelijk of vast werk, maar om de keus tussen werk of geen werk.”

“De NBBU is blij dat de kloof in de polder grotendeels is gedicht en dat werkgevers en werknemers na een lange tijd van polarisatie weer dichter bij elkaar zijn gekomen. Maar de inhoud van het sociaal akkoord stemt niet tot juichen”, zegt een teleurgestelde Croll. De overeenkomst bevat beperkende maatregelen, zoals een wettelijke bekorting van het uitzendbeding naar 78 weken, vanaf 1 januari 2015 (NBBU-cao nu: 130 weken, met loon op inlenersniveau vanaf eerste dag). Verder gaat de zogenoemde ‘ketenbepaling’ op de schop. Nu moet volgens de wet na drie contracten voor bepaalde tijd binnen drie jaar, het vierde contract een vaste aanstelling worden. Deze periode van drie jaar wordt volgens het akkoord met een jaar bekort. Na een onderbrekingsperiode van drie maanden kan nu een contract aan het begin van de keten aangeboden worden. Deze periode wordt verlengd naar zes maanden. Daar kan bij cao niet meer van worden afgeweken.

"De overheid wil veel te ordenend werken. Een ouderwetse reflex."

Principieel

Crolls bezwaar is niet alleen dat de beperkingen uit het akkoord nadelig uitpakken voor NBBU-werkgevers en uiteindelijk ook voor uitzendkrachten, hij heeft ook principiële bedenkingen: “Als cao-partijen tot overeenstemming komen over uitzonderingen op de wet, zoals het geval is bij de ketenbepaling, waarom moet de overheid daar dan in treden? Een onbeperkte gemotiveerde uitzondering volgens het zogenoemde ‘driekwartdwingend recht’ is niet meer mogelijk. De overheid wil veel te ordenend werken. Een ouderwetse en achterhaalde reflex: de overheid bepaalt wat goed voor ons is.”

Werkervaring

Instroom in dienstverbanden voor onbepaalde tijd is volgens Croll pas weer aan de orde als de economie werkelijk aantrekt. “Als er echt sprake is van herstel en van tekorten in het aanbod neemt de loyaliteit wat af en wordt de werknemer weer wat meer de baas. En de werkgever zal meer in de strijd gooien om hem te behouden.” In de tussentijd zorgt de uitzendbranche voor werkervaring en krijgen mensen gelegenheid ‘van werk naar werk’ te gaan. En daarbij gaat het volgens Croll niet om de keus tussen tijdelijk of vast werk, maar om de keus tussen werk of géén werk: “Wat schieten we er mee op dat mensen nu slechts twee jaar flexibel mogen werken als ze vervolgens het risico lopen weer werkloos te worden?” zegt de NBBU-voorzitter.

"Via een uitzendbaan kan een medewerker zonder risico voor de werkgever zijn positieve kanten laten zien."

In zijn ogen lijden de vakbonden aan een soort vaste baan-fetisjisme, dat uiteindelijk niet zal leiden tot meer werkgelegenheid. “Vakbonden willen sneller naar een contract voor onbepaalde tijd omdat ze vinden dat mensen behoefte hebben aan werkzekerheid. Argumenten zijn dat mensen anders geen hypotheek meer krijgen en dat de banken staan op een vast contract. Los van wat de uitzendbranche doet: met dat vertrekpunt staan ze ver van de economische realiteit van dit moment. Bedrijven nemen echt niet het risico personeel vast in dienst te nemen, zeker als ze mensen niet kennen. Ziekteverleden, gebrek aan ervaring, leeftijd, allemaal zaken die hen huiverig maken. Via een uitzendbaan kan een medewerker zonder risico voor de werkgever zijn positieve kanten laten zien. Bevalt de werknemer, dan komt hij wellicht alsnog in dienst.”

"Volgens mij staan we samen voor de opgave om een gelijk speelveld te creëren, waarin bedrijven niet op zoek gaan naar de goedkoopste, maar de meest passende vorm van flex.”

Enige opstap

Voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt is de uitzendbranche de beste, misschien wel enige opstap naar de arbeidsmarkt, stelt Croll. “En vanuit een baan, al of niet tijdelijk, is het weer gemakkelijker solliciteren naar een volgende baan. Nee, het gaat niet om de keus tussen tijdelijk of vast werk, maar om de keus tussen werk of géén werk. Geef ze kans op werk. Dan kunnen ze hun huur of hypotheek betalen.” Op de arbeidsmarkt van de nabije toekomst is volgens Croll de vraag wat andere vormen van flex gaan doen. “Die worden als gevolg van genoemde beperkingen misschien wel gebruikt als vlucht. Door de nieuwe regelgeving zullen waarschijnlijk opdrachten wegsijpelen naar minder gereguleerde vormen van flex, zoals ZZP. Volgens mij staan we samen voor de opgave om een gelijk speelveld te creëren, waarin bedrijven niet op zoek gaan naar de goedkoopste, maar de meest passende vorm van flex.”

Bart Jeroen Croll

  • Bart Jeroen Croll NBBU spreekt ALV toe

    Bart-Jeroen Croll

    Onder Bart-Jeroen Croll (1967), voorzitter sinds 2009, is de NBBU flink gegroeid. Met leden en bestuur kwam hij tot een modernisering van de visie en missie van de NBBU en bepaalde hij strategische doelen voor de komende jaren:

    > Zichtbaarheid versterken, contacten met politiek en stakeholders aanhalen
    >Innovatie: nieuwe mogelijkheden en combinaties zien en beproeven, waar mogelijk met strategische partners
    >Versterken van tevredenheid en binding leden
    >Waarborgen van kwaliteit en werken aan maatschappelijke duurzaamheid
    >Cao-beheer

    Twitter: @bartjeroencroll