De positie van uitzendkrachten wordt op meer punten gelijkgesteld aan die van werknemers in reguliere loondienst. Dat blijkt uit een wetswijziging die minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Richtlijn
De wijziging van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (WAADI) en de Wet op de ondernemingsraden (Wor) zijn een uitvloeisel van de Europese uitzendrichtlijn uit 2008. Bij de gelijkstelling van uitzendkrachten gaat het niet alleen om loon en andere financiële vergoedingen, maar ook om arbeidstijden, het aantal vakantiedagen en toegang tot faciliteiten als de kinderopvan en de bedrijfskantine.

Sociale Partners
Volgens de richtlijn zijn de Europese lidstaten verplicht belemmeringen ten opzichte van uitzendwerk in wet en regelgeving in beeld te brengen, en te beoordelen of deze al dan niet gerechtvaardigd zijn. Het ministerie van SZW doet dat voor de wet- en regelgeving, de sociale partners kijken naar de cao’s.

Het overleg van de sociale partners over mogelijke beperkingen binnen de uitzendsector wordt gevoerd binnen de Stichting van de Arbeid (Star). Vakbeweging en brancheorganisaties verschillen van mening in hun inschatting van knelpunten in de uitzendbranche. “De NBBU-uitzendbureaus volgen al het loon van de inlener-cao. Over de secundaire arbeidsvoorwaarden moeten we zelf afspraken kunnen maken”, zegt de NBBU in SC Krant. NBBU-leden kunnen in het artikel ‘Behandeling uitzendkracht gelijkgetrokken’ lezen welke gevolgen de wijzigingen in de WAADI voor hen hebben.

Bron: SC Krant, 28 september 2011