Discriminatie op de arbeidsmarkt Nieuws

NBBU-onderzoek naar discriminatie

Nieuws, 2 april 2013

Opdrachtgevers confronteren uitzendbureaus regelmatig met verzoeken naar persoonlijke kenmerken. Het gaat verreweg het vaakst om verzoeken naar leeftijd en geslacht (85% respectievelijk 67%), gevolgd door verzoeken naar etniciteit (35%). Dat blijkt uit het onafhankelijke onderzoek ‘Verkoopster gezocht (m/v)’ dat onderzoeksinstituut Panteia in opdracht van de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU) heeft uitgevoerd naar de omvang en aard van discriminatie in de uitzendbranche.

Maatschappelijk fenomeen

Bijna alle intercedenten die aan het onderzoek hebben meegedaan, ontvingen in 2012 van opdrachtgevers verzoeken om uitzendkrachten met specifieke persoonlijke kenmerken te leveren (83%). Gemiddeld ontvingen zij één keer per week een dergelijk verzoek. Volgens uitzendbureaus zijn er nauwelijks verschillen tussen regio’s, sectoren of vaste versus nieuwe opdrachtgevers. Discriminatie is dus een breed maatschappelijk fenomeen.

Opdrachtgevers stellen specifieke persoonlijke eisen omdat ze veelal denken dat uitzendkrachten met die kenmerken het werk beter kunnen uitvoeren. Zo wordt voor fysiek zwaar werk bijvoorbeeld een man gevraagd, of zoekt de opdrachtgever een jong persoon voor een junior-functie. En voor een functie binnen een ploeg vrouwelijke Poolstalige werknemers vragen opdrachtgevers om een Poolse dame, omdat niet-Poolstalige uitzendkrachten vertelden dat ze het geen prettige werkomgeving vonden vanwege de taalbarrière.

Vrijwel alle medewerkers van de uitzendbureaus vragen door naar de reden van het verzoek (86%). Uiteindelijk gaat 42% niet in op het verzoek. Een veelgenoemd argument om met het verzoek van de opdrachtgever mee te gaan, is dat respondenten de vraag van de opdrachtgever begrijpen. Intercedenten zien daarbij een grijs gebied, waarin verschillende verschijningsvormen van discriminatie niet als discriminatie worden beschouwd.

Ook economische argumenten spelen een rol. Sommige uitzendbureaus zijn bang een opdrachtgever te verliezen. Veelzeggend is de volgende uitspraak van een respondent: “In deze moeilijke markt kan ik het mij niet veroorloven om direct tegen de haren van de opdrachtgever in te strijken. Bij het eerste gesprek geef ik daarom aan dat ik rekening met het verzoek zal houden. Wel stel ik kandidaten voor die niet aan zijn eisen voldoen, met een goede onderbouwing”.

Voorlichting

De uitkomsten van het onderzoek vormen voor de brancheorganisatie NBBU aanleiding actie te ondernemen. “Door middel van voorlichting, advies en monitoring willen wij beter grip krijgen op discriminerende praktijken”, reageert NBBU-directeur Marco Bastian. “Uit het onderzoek komt naar voren dat intercedenten behoefte hebben aan duidelijkheid over de verschillende verschijningsvormen van discriminatie en de wijze waarop zij daarmee om moeten gaan. Het ‘grijze gebied’ moet, met andere woorden, helder worden.” De NBBU gaat zich daarom in de voorlichting ook richten op de uitleg wanneer in een verzoek sprake is van discriminatie.

Het onderzoek, dat te downloaden is van de NBBU-website, wordt over twee jaar herhaald.