NBBU-cao Nieuws

Wets- en cao-wijzigingen per 1 januari 2016

Per 1 januari 2016 zijn een aantal wets- en cao-wijzigingen van kracht. Hieronder een overzicht van de belangrijkste wijzigingen.

Wet doorwerken na AOW-gerechtigde leeftijd

Loondoorbetaling bij ziekte

De loondoorbetaling bij ziekte voor AOW-ers, met een overeenkomst voor (on)bepaalde tijd, zal worden teruggebracht naar 13 weken, dit wordt ook in de NBBU-cao voor uitzendkrachten en de NBBU-cao voor vaste medewerkers per 1 januari aangepast. In 2018 worden de nieuwe maatregelen geëvalueerd. Dan wordt ook bekeken of de loondoorbetaling bij ziekte tot zes weken wordt teruggebracht.

ZW-uitkering

Een AOW-gerechtigde uitzendkracht met een uitzendovereenkomst met uitzendbeding kan recht hebben op een ZW-uitkering voor de duur van maximaal 13 weken (het ziekengeld kan worden verhaald op de werkgever). Op grond van artikel 25 lid 1a NBBU-cao voor Uitzendkrachten vult de uitzendonderneming gedurende de duur van de ZW-uitkering (maximaal 13 weken) de uitkering aan tot 90% van het uitkeringsdagloon.

Fasensysteem

Werkgevers kunnen maximaal zes contracten in vier jaar met AOW-gerechtigde werknemers aangaan voordat er een vast dienstverband ontstaat. Hierdoor zal het fasensysteem AOW-plus vervallen (artikel 33 NBBU-cao). Door het overgangsrecht zal de huidige uitgebreide fase 3 voor AOW-gerechtigden per 1 juli 2016 uit de cao verdwijnen. Vanaf dan zal het reguliere NBBU-fasensysteem (fase 1 t/m 4) gaan gelden voor AOW-gerechtigden. In fase 3 zal op AOW-gerechtigden dus ook nog maar maximaal zes contracten in maximaal vier jaar van toepassing zijn.

Verzoek uitbreiding aantal werkuren

Een werkgever is niet meer verplicht om in te gaan op een verzoek van een AOW’er om het aantal werkuren uit te breiden.

Minimumloon

AOW’ers krijgen, net als andere werknemers, recht op ten minste het minimumloon. Voor AOW-gerechtigde uitzendkrachten in dienst bij een uitzendonderneming blijft het loonverhoudingsvoorschrift gewoon van toepassing.

Opzegtermijn

De opzegtermijn van een overeenkomst voor (on)bepaalde tijd van een AOW-er wordt maximaal één maand.

Wet aanpak schijnconstructies (WAS)

Giraal uitbetalen

Werkgever wordt verplicht om voor iedere werknemer minimaal het gedeelte van het loon, gelijk aan het netto verschuldigde wettelijk minimumloon, giraal uit te betalen.

Transparante loonstrook

Bedragen waaruit het loon is samengesteld, waaronder eventuele onkostenvergoedingen, alsmede de bedragen die op het loon zijn ingehouden, moeten gespecificeerd. Dit is al een verplichting vanuit de NBBU-cao voor Uitzendkrachten.

Verbod inhouding uitgesteld

Het verbod van inhoudingen op en verrekeningen met het minimumloon wordt uitgesteld tot 1 juli 2016.

Wijziging maximale hoogte transitievergoeding

De vergoeding is maximaal een bruto jaarsalaris. Of maximaal € 75.000 bruto als het bruto jaarsalaris lager is dan €75.000. Per 1 januari 2016 wordt dit door indexering € 76.000 bruto.

Privacywetgeving en meldplicht datalekken per 1 januari 2016

Op 1 januari 2016 gaat de meldplicht datalekken in. Deze meldplicht houdt in dat organisaties direct een melding moeten doen bij het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) zodra zij een datalek hebben.

De Autoriteit Persoonsgegevens kan vanaf 1 januari hoge boetes opleggen vanwege datalekken, die kunnen oplopen tot € 820.000 of 10% van de jaarlijkse omzet van uw onderneming. Daarnaast kan de Autoriteit Persoonsgegevens een dwangsom opleggen bij overtreding van de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Dit betekent dat er ook een sanctiebeleid komt op de bestaande bepalingen van de Wet Bescherming Persoonsgegevens.

Download hier de speciale handreiking privacywetgeving die de NBBU en ABU hebben opgesteld.

 

Cao-aanpassingen per 1 januari 2016 in de NBBU-cao voor Uitzendkrachten

Uitsluiting loondoorbetaling

In artikel 12 lid 4 is opgenomen dat de uitzendkracht na 26 gewerkte weken recht heeft op een vergoeding van driemaal het feitelijk uurloon als het werk is weggevallen binnen de uitzendovereenkomst en er daardoor niet is gewerkt. Aan deze bepaling zal een uitzondering worden toegevoegd dat dit recht op een vergoeding niet ontstaat, als de oorzaak van het niet verrichten van werkzaamheden binnen de uitzendovereenkomst bij de werknemer ligt.

Vaststellen inlenersbeloning

Vanwege onduidelijkheid in welke situaties het loon niet conform inlenersbeloning, maar aan de hand van gesprekken van de uitzendonderneming met de inlener en de uitzendkracht moet worden vastgesteld, wordt het genoemde voorbeeld uit artikel 22 lid 6 weggehaald: ‘bijvoorbeeld omdat er geen werknemers werkzaam in gelijkwaardige functies in dienst van de inlener zijn’.

Ter nadere toelichting: situaties waarbij het loon in overleg kan worden vastgesteld zijn onder andere:

  • Als er geen werknemers werkzaam in gelijkwaardige functies in dienst van de inlener zijn én er geen cao of (vorm van) arbeidsvoorwaardenreglement van toepassing is bij de inlener, of
  • Als er bij de inlener wel een cao of (vorm van) arbeidsvoorwaardenreglement van toepassing is maar de desbetreffende of soortgelijke functie er niet in is opgenomen en er ook geen gelijkwaardige werknemers in dienst zijn bij de inlener waarop voor de beloning kan worden aangehaakt.

Scholingsverklaring

De verplichting om een scholingsverklaring voor 1 juli jaarlijks aan de NBBU te verstrekken verdwijnt uit de cao. Echter, de verplichting om 1,02% te reserveren voor scholing en om in uw administratie de scholingsreservering én besteding aan te tonen, middels een accountantsverklaring of passage op de jaarrekening, blijft bestaan. Deze gegevens kunnen dan worden opgevraagd bij eventuele (cao-)controles.

Cao-aanpassingen per 1 januari 2016 in de NBBU-cao voor Vaste Medewerkers:

Aangepaste pensioenregeling

De vernieuwde pensioenregeling houdt samengevat het volgende in:

De bijkomende kosten bestaande uit administratiekosten, premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid en de premie voor de verzekering van wezenpensioen, komen voor rekening van de werkgever.

AOW-gerechtigde en doorbetalingsplicht

Conform artikel 7:629 lid 2 heeft de AOW-gerechtigde werknemer die door ziekte of ongeval niet in staat is zijn werk te verrichten recht op doorbetaling van 100 procent van het brutoloon, voor zover het loon niet meer bedraagt dan het maximum uitkeringsdagloon en ten minste op het voor hem geldende wettelijk minimumloon, gedurende de looptijd van de arbeidsovereenkomst, met een maximumtermijn van 13 weken.