Actueel Nieuws

Werk aan de winkel voor onze branche

Opinie, 21 juni 2018

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stuurde op 15 juni 2018 een uitgebreide brief naar de Tweede Kamer over de aanpak van de krapte op de arbeidsmarkt op korte en middellange termijn. Ook in onze sector is het vinden van mensen een groeiend probleem, terwijl dat in 2013 nog omgekeerd was.

De krapte op de arbeidsmarkt is in een jaar tijd steeds groter geworden. Zo geeft bijvoorbeeld 20% van de bedrijven aan dat een tekort aan arbeidskrachten leidt tot belemmeringen in groei. Dat is een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar. Ook is het aantal werklozen per vacature gedaald tot minder dan twee en begint de loongroei aan te trekken. Leidt dit tot een situatie waar we niks aan kunnen doen, ook gegeven de grote groep die de arbeidsmarkt de komende jaren door de vergrijzing verlaat?

Nee, volgens mij niet. Er is werk aan de winkel voor onze branche. Het goede nieuws is namelijk dat er in Nederland nog een flinke groep mensen is die (meer uren) wil en kan werken. Er is een onbenut arbeidspotentieel van 1,2 miljoen mensen[1]. Het gaat ten eerste om 396.000 werklozen die willen werken en recent naar werk hebben gezocht en direct beschikbaar zijn voor werk. Ten tweede een groep van 253.000 mensen die direct beschikbaar waren, maar die niet recent hebben gezocht. Mogelijk zijn zij ontmoedigd. Ten derde de groep van 151.000mensen die niet direct beschikbaar was voor werk, maar wel naar werk heeft gezocht, zoals  studenten in de laatste fase van hun studie. Tot slot is er een vierde groep van 402.000 onderbenutte deeltijders. Zij werken, maar minder dan 35 uur ééen waarschijnlijk fors minder dan 35 uur in een hoofdbaan. Zij willen meer uren werken en zijn hiervoor direct beschikbaar.

Het kabinet komt met allerlei plannen om dit aan te pakken. Over de Wet Arbeidsmarkt in Balans die ook in de brief genoemd wordt als bijdrage aan de oplossing voor de middellange termijn heb ik mij in mijn vorige column al kritisch uitgelaten. Verder investeren ze meer in kinderopvang en de toeslagen ervoor om het jonge ouders makkelijker en aantrekkelijker te maken om (meer uren) te blijven werken. Ook gaat het kabinet per 1 januari 2019 de lasten op arbeid verlagen door het invoeren van een belastingstelsel met twee schijven en een hogere heffings- en arbeidskorting. Dit moet meer werken aantrekkelijker en lonender maken.

En dat is hard nodig, zoals we weten uit de grafieken die Mathijs Bouman presenteerde op onze bijeenkomst Arbeidsmarkt van Morgen. Daaruit bleek dat het totaal niet loont om meer uren te werken of promotie te maken als je tussen de €20.000 en €45.000 bruto per jaar verdient. Juist voor deze groep zou het volgens het kabinet nu lonender worden om meer uren te gaan werken en dat is goed nieuws! Daarnaast investeert het kabinet in betere matching, omscholing, aansluiting van onderwijs en arbeidsmarkt, sectorale aanpakken voor onderwijs, zorg en techniek, en door een plan gericht op specifieke groepen die nu niet voldoende aan het werk komen als 50-plussers, mensen met een arbeidsbeperking en Nederlanders met een niet-westerse migratieachtergrond en asielstatushouders. Dat laatste klinkt mooi, maar de werking ervan blijkt meestal fors tegen te vallen in de praktijk.

Er is dus werk aan de winkel voor onze branche. Onze branche is namelijk bij uitstek de branche die erin slaagt mensen écht van de ene baan naar de andere te bemiddelen. Deze branche leidt mensen vanuit de schoolbanken naar hun eerste baan,  ze bieden mensen vanuit een uitkering een opstap naar werk en deze branche is ook de branche die er in toenemende mate voor zorgt en moet gaan zorgen dat mensen die overbodig raken in een bepaald beroep en een bepaalde sector bemiddeld worden naar een heel ander beroep in een andere sector. Wat in elk geval vanuit de kabinetsplannen helpt, is verlaging van de lasten op arbeid. Dat maakt het voor u mogelijk om bijvoorbeeld de groep deeltijders te verleiden meer uren te werken en ook voor mensen uit een uitkering wordt het aantrekkelijker om te gaan werken.

Verder zijn wij als NBBU met het UWV bezig de gegevens van uitkeringsgerechtigden op een voor u handzamere wijze beschikbaar te krijgen. Ook pleiten wij ervoor dat mensen zich niet meer bij het UWV als ‘anoniem’ mogen inschrijven, om ze makkelijker vindbaar te maken. Tevens willen we dat mensen duurzaam inzetbaar blijven en worden. STOOF doet hierin belangrijk werk voor de branche, maar als NBBU zetten we hier zelf ook fors op in met het project Duurzame Inzetbaarheid waaraan alleen al dit jaar 50 leden hebben meegedaan.

Wij pleiten er bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en MKB-Nederland voor om ook volgend jaar een dergelijk project weer mogelijk te maken. Het is belangrijk te werken aan duurzame inzetbaarheid van en een carrièreperspectief voor flexwerkers. Zo kunnen we flex aantrekkelijk houden. Tenslotte is het belangrijk dat leden op een aantal gebieden de krachten bundelen, zoals bijvoorbeeld bij het inschrijven op aanbestedingen die ze alleen niet aan kunnen of waarbij ze in hun eentje onvoldoende onderscheidend zijn. Schrijf u dus in voor het Co-creating Network en kom ook zelf met ideeën om met andere NBBU-leden samen te werken.

Er is een boel werk te doen. Laten we samenwerken en inzetten op waar we goed in zijn. U als lid en wij als brancheorganisatie.

Brigitte van der Burg
Voorzitter NBBU

[1] CBS (2017) Volumemaatstaven voor het onbenut arbeidspotentieel.