Wat is een gewerkte week? Verschil tussen NBBU-fasesysteem en StiPP uitgelegd

Binnen het uitzendsysteem kan verwarring ontstaan over wat telt als een ‘gewerkte week’. Dat verschil is vooral merkbaar tussen de wekentelling van het fasesysteem uit de NBBU-cao en die van de StiPP-pensioenregeling. Een belangrijk aandachtspunt voor uitzendondernemers én hun administraties.
Voor geen enkel NBBU-lid zal het fasesysteem onbekend klinken. Het is immers de kern van het uitzendsysteem voor eenieder die de NBBU-cao toepast. De cao is hierin ook vrij duidelijk en de grote meerderheid past dit correct toe. Met het fasesysteem is afgeweken van de wettelijke ketenregeling van artikel 7:668a Burgerlijk Wetboek, die maximaal drie jaar en drie bepaalde tijdscontracten kan duren. Af en toe blijkt dat de definitie van een gewerkte week niet geheel duidelijk is. Mogelijk heeft dit te maken met het verschil in gewerkte weken in het kader van Basisregeling van StiPP.
Gewerkte week fase 1-2 (art. 2 sub e NBBU-cao)
Voor fase 1-2 geldt dat er gekeken dient te worden naar het aantal gewerkte weken voordat de werknemer een fase 3 contract moet worden aangeboden. Onder gewerkte weken vallen ook weken waarin doorbetaalde vakantie wordt genoten. De weken worden doorgeteld zolang er geen onderbreking is van meer dan zes maanden tussen twee uitzendovereenkomsten. Als de onderbreking langer is dan zes maanden, begint de wekentelling opnieuw in fase 1-2.
De precieze definitie van een gewerkte week wordt gegeven in artikel 2 sub e NBBU-cao voor Uitzendkrachten: elke week waarin daadwerkelijk uitzendarbeid is verricht, ongeacht hoeveel uren er gewerkt zijn. Ook tellen weken mee waarin de uitzendkracht doorbetaalde vakantie geniet, ongeacht hoeveel vakantie-uren zijn opgenomen. Een week waarin één uur is gewerkt of één uur doorbetaalde vakantie is genoten, telt dus al mee voor de wekentelling in fase 1-2.
Gewerkte week StiPP pensioen
De opbouw van pensioen geschiedt bij StiPP. De pensioenregeling bestaat uit een Basisregeling en een Plusregeling. De werkgever betaalt een premie van 8% van de pensioengrondslag gedurende de eerste 52 gewerkte weken van de uitzendkracht (Basisregeling). Het gaat hierbij om gewerkte weken bij één of meer uitzendondernemingen, dus de telling gaat door als de werknemer hiervoor al bij een ander uitzendbureau heeft gewerkt. Hierna gaat de uitzendkracht over naar de Plusregeling en draagt de uitzendkracht, naast de 8% premie van de werkgever, zelf ook 4% af van de pensioengrondslag.
De gewerkte weken in dit kader worden meegeteld zolang er geen onderbreking langer dan 52 weken tussen de uitzendovereenkomsten zit. De onderbreking is hierbij dus langer dan de onderbreking die de wekentelling van fase 1-2 opnieuw doet beginnen. Daarnaast is de definitie van gewerkte week wat strikter dan die in het kader van fase 1-2; enkel daadwerkelijk gewerkte weken tellen mee. Betaalde vakantie dus niet.
Het kan dus zijn dat een werknemer eerder fase 3 bereikt dan dat hij overgaat naar de Plusregeling. Een werknemer mag altijd eerder naar de Plusregeling.
Een werknemer bouwt wel pensioen op over weken waarin betaald vakantie wordt opgenomen of waarin de werknemer arbeidsongeschikt is.
Experts op dit onderwerp