Brancheverenigingen: Zelfstandigenwet moet beter aansluiten op praktijk zzp’ers
NBBU heeft samen met vier andere brancheverenigingen gereageerd op de internetconsultatie van de Zelfstandigenwet. De organisaties steunen het doel van de wet om zelfstandigen en opdrachtgevers meer duidelijkheid te bieden, maar vinden dat verschillende voorgestelde criteria onvoldoende aansluiten op de praktijk. Vooral voor zzp’ers die via een intermediair werken op basis van tussenkomst, zullen op basis van het voorstel niet snel aan de eisen voor de ‘veilige haven’ kunnen voldoen.
De gezamenlijke reactie is ingediend door NBBU, ABU, Bovib, VvDN en RIM. De vijf brancheverenigingen vertegenwoordigen samen duizenden intermediairs, uitzendbureaus en detacheerders. Ze vinden het belangrijk dat zelfstandig ondernemerschap wettelijk wordt erkend, maar waarschuwen dat de voorgestelde voorwaarden voor veel zelfstandigen moeilijk haalbaar zijn. Dat zou betekenen dat zij niet kunnen voldoen aan de veilige haven en nog altijd via de huidige wet- en regelgeving moeten afwegen of er sprake is van een zelfstandige. Dit brengt voor een grote groep zelfstandigen niet meer duidelijkheid.
Werken via een intermediair mag geen nadeel opleveren
Een belangrijk bezwaar gaat over het aantal opdrachtgevers dat een zelfstandige moet hebben. Volgens het wetsvoorstel moet een zzp’er in een periode van twee jaar voor minimaal drie opdrachtgevers hebben gewerkt om aan dit onderdeel van de zelfstandigentoets te voldoen.
Wanneer een zzp’er via één intermediair op basis van tussenkomst voor verschillende eindopdrachtgevers werkt, telt volgens de toelichting op het wetsvoorstel alleen de intermediair als opdrachtgever. De brancheverenigingen vinden dat onterecht. Zij pleiten ervoor om de afzonderlijke eindopdrachtgevers mee te tellen. Er zou moeten worden gekeken naar de opdrachtgever voor wie de opdracht feitelijk wordt uitgevoerd.
Ook wijzen de organisaties erop dat zelfstandigen regelmatig langdurige opdrachten fulltime uitvoeren. Denk aan een interim-manager die twee jaar aan een verandertraject werkt of een projectleider die betrokken is bij een groot infrastructureel project. Voor deze zelfstandigen kan het lastig zijn om binnen twee jaar drie opdrachtgevers te hebben.
Ook bij een uurtarief is sprake van ondernemersrisico
De brancheverenigingen maken zich daarnaast zorgen over de beoordeling van ondernemersrisico. In de toelichting op het wetsvoorstel wordt een vergoeding op basis van gewerkte uren moeilijk verenigbaar geacht met zelfstandig ondernemerschap.
Volgens de organisaties doet dit onvoldoende recht aan de praktijk. Veel zelfstandige professionals, zoals interim-managers en IT-specialisten, werken op uurbasis. Toch lopen zij financiële risico’s, bijvoorbeeld wanneer een opdrachtgever niet betaalt vanwege onvoldoende prestaties of wanneer zij aansprakelijk worden gesteld voor schade.
De brancheverenigingen willen daarom dat factureren op uurbasis mogelijk blijft binnen de zogenoemde ‘veilige haven’. Die moet zelfstandigen en opdrachtgevers vooraf duidelijkheid bieden over de beoordeling van hun arbeidsrelatie.
Ook vragen de organisaties aandacht voor sectoren waarin wettelijke regels en protocollen gelden, zoals de zorg. Dat een zelfstandige zich aan deze voorschriften moet houden, betekent volgens hen niet automatisch dat er geen sprake kan zijn van zelfstandig ondernemerschap.
Duidelijke en uitvoerbare regels nodig
De vijf brancheverenigingen roepen op om de Zelfstandigenwet beter te laten aansluiten op de dagelijkse praktijk. Daarbij moet onder meer rekening worden gehouden met ondernemersrisico’s, aansprakelijkheid, investeringen in vakkennis en de vrijheid om zelf tarieven te bepalen.
Volgens de organisaties kan de wet alleen de gewenste zekerheid bieden als de criteria vooraf duidelijk en praktisch uitvoerbaar zijn. Zij blijven daarom graag betrokken bij de verdere uitwerking van het wetsvoorstel.
Experts op dit onderwerp