NBBU is vernieuwd voor jou!

  • Vernieuwde website en interface door nieuwe, moderne huisstijl
  • Inzicht in actueel nieuws, kennisartikelen, dossiers, trainingen en events
  • Gebruiksvriendelijk design met makkelijke vindbaarheid en structuur
Ga naar de inhoud

Alles over de pensioentransitie

Uitzendkrachten krijgen vanaf 1 januari 2026 een nieuwe pensioenregeling. De NBBU en de ABU hebben met vakbonden FNV, CNV en De Unie (sociale partners) bepaald hoe de nieuwe pensioenregeling eruit gaat zien. Hierbij is rekening gehouden met de Wet toekomst pensioenen en daarnaast is de regeling sterk verbeterd zoals afgesproken aan de cao-tafel. De keuzes en de afspraken die we hierover hebben gemaakt, zijn uitgewerkt in een transitieplan. Dit is verplicht volgens wetgeving. Het transitieplan ligt er ook al. Op deze pagina vind je een overzicht van de afspraken en download je het transitieplan. 

Afspraken over de nieuwe regeling

Sociale partners hebben afspraken gemaakt over de overstap naar de nieuwe pensioenregeling. De belangrijkste afspraken vind je hier:

  • Om werknemers in de uitzendbranche in staat te stellen een marktconform pensioen op te bouwen wordt de totale pensioenpremie 23,4% van de pensioengrondslag. Daarvan betaalt de werkgever 15,9% en de werknemer 7,5%. Van de 23,4% aan premie is 20% bedoeld als spaarpremie voor de werknemer. De rest is voor: 
  1. Het verzekeren van pensioen voor partner en kinderen als de werknemer overlijdt voor de pensioendatum. 
  2. Het verzekeren van het blijven opbouwen van pensioen bij arbeidsongeschiktheid. 
  3. De kosten voor het uitvoeren van de regeling en voor het in stand houden van buffers. 

De nieuwe pensioenregeling gaat in op 1 januari 2026. Voorwaarde is dat StiPP de nieuwe pensioenregeling tijdig kan invoeren. 

StiPP krijgt een flexibele premieregeling. Die lijkt op de pensioenregeling zoals die er nu is.

De Basis- en Plusregeling gaan verdwijnen. Er komt één regeling waarin werknemers vanaf de eerste dag van de maand waarin zij 18 jaar zijn tot aan de AOW-datum pensioen gaan opbouwen.

De sociale partners kiezen voor het invaren van de pensioenrechten. Dat betekent dat het pensioen in één keer overgaat naar de nieuwe regeling. Dit geldt voor het pensioen dat uw werknemer nu opbouwt of in het verleden heeft opgebouwd. Dit geldt ook voor de pensioenuitkeringen na pensioendatum én voor  partner- en wezenpensioenen. 

Het pensioen dat uw werknemer tot de start van de nieuwe pensioenregeling bij StiPP opbouwt of heeft opgebouwd noemen we het pensioenvermogen. Het pensioenvermogen beleggen we, net als in de huidige regeling. Als het goed gaat met de beleggingen, groeit het pensioenkapitaal. Als het resultaat van de beleggingen tegenvalt, dan kan het pensioenkapitaal minder hard groeien of lager worden. 
 
Ook als de werknemer al met pensioen is, kan het pensioen schommelen. We noemen dit een variabele pensioenuitkering. StiPP heeft een reserve speciaal voor de uitkeringsfase. Met deze reserve kunnen we meestal voorkomen dat het pensioen omlaag gaat als de werknemer eenmaal met pensioen is. We noemen de reserve de risicodelingsreserve. 

Als uw werknemer overlijdt terwijl hij of zij pensioen opbouwt bij StiPP, ontvangt de partner een levenslange uitkering. De hoogte van deze uitkering is een percentage van het gemiddelde laatstverdiende salaris over 12 maanden. Sociale partners verwachten dat dit percentage minimaal 30% is. Het percentage wordt uiterlijk 1 oktober 2025 vastgesteld. 

Als uw werknemer overlijdt terwijl hij of zij pensioen opbouwt bij StiPP, ontvangen de kinderen een uitkering totdat ze 25 jaar zijn. De hoogte van deze uitkering is ook een percentage van het gemiddelde laatstverdiende salaris over 12 maanden. Dit percentage wordt uiterlijk 1 oktober 2025 vastgesteld.

Iedereen die pensioen opbouwt bij StiPP kan onder voorwaarden pensioen blijven opbouwen voor het deel dat ze arbeidsongeschikt zijn. Dit noemen we premievrije pensioenopbouw. StiPP neemt dan de premiebetaling over. 

In de nieuwe regeling bouwen deelnemers ouder dan 60 jaar minder pensioen op dan in de regeling van nu. Daarom ontvangen deelnemers die in de nieuwe pensioenregeling naar verwachting minder pensioen opbouwen compensatie. Zij krijgen bij de overgang naar de nieuwe pensioenregeling éénmalig een extra bedrag bij hun pensioenkapitaal.

Alle (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden ontvangen bij de overgang éénmalig een extra bedrag bij hun pensioenkapitaal. Dit bedrag komt uit het fondsvermogen van StiPP. Dit is daarom wel onder voorbehoud van de financiële situatie van StiPP op 1 januari 2026.