Zwaarwerkregeling
Vanaf 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025 kunnen uitzendkrachten in de bouw onder bepaalde voorwaarden gebruik gaan maken van de Zwaarwerkregeling (ZWR). Dit is afgesproken in de nieuwe Cao voor uitzendkrachten 2024. Deze regeling biedt de mogelijkheid voor werknemers die lange tijd zwaar werk hebben verricht om eerder met pensioen te gaan. Bemiddelt u uitzendkrachten in de bouw en infra? Lees dan deze informatie goed door.
Doelgroep van de regeling
De ZWR is van toepassing op uitzendkrachten die:
- Lange tijd in de bouw- en infrasector hebben gewerkt.
- Geregistreerd staan als vakkracht bij bpfBOUW.
Criteria voor deelname
Om in aanmerking te komen voor de zwaarwerkregeling, moeten uitzendkrachten voldoen aan de volgende voorwaarden:
- Minimaal 20 jaar gewerkt in de Bouw& Infra gedurende de laatste 25 jaar.
- Op de uittredingsdatum maximaal drie jaar voor hun AOW-leeftijd.
- Er zijn verschillende criteria voor vakkrachten in een Bouwplaats functie en vakkrachten in een UTA-functie.
- Een uitgebreid overzicht van de criteria is terug te vinden op de website https://zwaarwerkregeling.nl/voor-uitzendkrachten (opent in nieuw tabblad)
Financiering en premies
De zwaarwerkregeling wordt gefinancierd door de uitzendsector. De premie voor deze regeling bedraagt 1,49% van de totale pensioengrondslag van de vakkrachten. Uitzendondernemingen moeten deze premies afdragen aan het Aanvullingsfonds Bouw & Infra. De uitkeringen lopen maximaal drie jaar door dus tot uiterlijk eind 2028 moet er premie worden afgedragen, deze wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld.
APG heeft de softwareleveranciers op de hoogte gesteld en vanaf 1 januari 2025 zit het nieuwe premieproduct voor de zwaarwerkregeling uitzend in de salarissoftware. Het kan zijn dat de uitzendorganisatie éénmalig het premieproduct moet kiezen/selecteren (afhankelijk van de software). Vanaf dan levert de uitzendorganisatie maandelijks/4-wekelijks de gegevens voor de twee premieproducten (Middelloon én ZWR uitzend) aan en ontvangt hij één nota met daarop beide premies.
Aanvragen en uitkeringen
- Uitzendkrachten moeten hun aanvraag minimaal drie maanden voor hun gewenste uittredingsdatum indienen. Dit kan vanaf 1 november 2024.
- De maandelijkse bruto uitkering bedraagt € 1.766,67 voor een 40-urige werkweek, jaarlijks geïndexeerd.
- De maximale duur van de uitkering is 36 maanden, tot de AOW-leeftijd van de uitzendkracht.
Wat moet u als uitzendwerkgever doen richting uw uitzendkrachten?
- Informeer uw uitzendkrachten over de mogelijkheden en voorwaarden van de zwaarwerkregeling.
- Verwijs ze naar de website www.zwaarwerkregeling.nl voor verdere informatie.
- Stuur hen het Stappenplan Zwaarwerkregeling (opent in nieuw tabblad)
- Help uitzendkrachten met het verzamelen van de benodigde documenten en bewijsstukken voor hun aanvraag die ze van u nodig hebben.
En verder…
Cao-partijen in de Bouw & Infra hebben reeds afgesproken dat de huidige ZWR per 1 januari 2026 met vijf jaar wordt verlengd tot 1 januari 2031, onder de randvoorwaarde dat de wettelijke RVU-drempelvrijstelling gehandhaafd blijft. Het verlengen van de deelname van uitzendkrachten aan de ZWR Bouw & Infra staat nog niet vast. Hierover treden cao-partijen uitzend nog in overleg.
Uitgebreide informatie beschikbaar
Meer weten over de zwaarwerkregeling?
Veelgestelde vragen over de zwaarwerkregeling
De zwaarwerkregeling biedt uitzendkrachten in de Bouw en Infra de mogelijkheid om eerder met pensioen te gaan als zij voldoen aan bepaalde criteria.
Uitzendkrachten die in de laatste 25 jaar minimaal 20 jaar in de bouw hebben gewerkt en aan de specifieke data-eisen voldoen.
Een uitzendkracht is een vakkracht als hij:
- binnen een periode van twee jaar in totaal twaalf maanden in de bouw & infra heeft gewerkt, als werknemer of als uitzendkracht, direct voorafgaand aan of tijdens de uitzendarbeid in de bouw & infra; of
- werkzaam is als uitzendkracht in een bouwplaatsfunctie en een bouwopleiding volgt of met een diploma of praktijkcertificaat heeft afgerond; of
- werkzaam is als uitzendkracht in een uta-functie en een diploma heeft voor een bouwtechnische bol-opleiding op niveau 2 of hoger.
Wanneer is een uitzendkracht een vakkracht bpfBOUW?
Een uitzendkracht is een vakkracht bpfBOUW als hij vakkracht is én deelnemer in het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid (bpfBOUW). Een vakkracht deelnemer in bpfBOUW:
- was voorafgaand aan het uitzendwerk al deelnemer in bpfBOUW; of
- heeft twaalf maanden als vakkracht in de bouw & infra gewerkt.
De premie bedraagt 1,49% van de pensioengrondslag van de vakkrachten.
Uitzendondernemingen moeten deze premies afdragen aan het Aanvullingsfonds Bouw & Infra. De uitkeringen lopen maximaal drie jaar door dus tot uiterlijk eind 2028 moet er premie worden afgedragen, deze wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld.
APG heeft de softwareleveranciers op de hoogte gesteld en vanaf 1 januari 2025 zit het nieuwe premieproduct voor de zwaarwerkregeling uitzend in de salarissoftware. Het kan zijn dat de uitzendorganisatie éénmalig het premieproduct moet kiezen/selecteren (afhankelijk van de software). Vanaf dan levert de uitzendorganisatie maandelijks/4-wekelijks de gegevens voor de twee premieproducten (Middelloon én ZWR uitzend) aan en ontvangt hij één nota met daarop beide premies.
Ze kunnen onder voorwaarden maximaal 3 jaar voor het ingaan van de AOW-leeftijd stoppen met werken via de zwaarwerkregeling. Ze kunnen vanaf 1 januari 2025 gebruik maken van de regeling, maar ze moeten vóór 1 januari 2026 starten. Ze krijgen maximaal 3 jaar een uitkering.
Uitzendkrachten moeten hun aanvraag indienen via www.zwaarwerkregeling.nl, minimaal drie maanden voor hun gewenste uittredingsdatum, met alle benodigde documenten en bewijsstukken. Aanvragen kan vanaf 1 november 2024.
Als de aanvraag volledig is, hoor je binnen 10 werkdagen of je gebruik kunt maken van de regeling. Na een voorlopige toekenning zeg je vervolgens je arbeidsovereenkomst op. In het stappenplan wordt het proces van aanvraag tot beëindiging van de arbeids/uitzendovereenkomst stap voor stap uitgelegd en is een goed hulpmiddel om te kijken wat je allemaal moet doen en op welk moment.
Meer informatie voor uitzendkrachten is te vinden op www.zwaarwerkregeling.nl/voor-uitzendkrachten
Uitzendkrachten kunnen inderdaad nu ook eerder stoppen met werken, maar daar is dan geen vergoeding voor. Deze nieuwe regeling vult het AOW-gat op dat ontstaat als de uitzendkracht al voor de AOW leeftijd stopt met werken.
Nee, dat is niet verplicht. Het is een vrijwillige regeling. Uitzendkrachten kunnen er ook voor kiezen om geen, of bijvoorbeeld een jaar later gebruik te maken van de regeling. De start van de deelname aan de zwaarwerkregeling moet wel vóór 1 januari 2026 zijn. Uitstel heeft geen effect op het bedrag. De maandelijkse uitkering uit de zwaarwerkregeling blijft gelijk.
Dat ligt eraan. In de regeling is een ‘hardheidsclausule’ opgenomen. Dit houdt in dat de uitzendkracht moet kunnen aantonen dat hij onterecht niet deelneemt in bpfBOUW, terwijl hij wel:
- voorafgaand aan het uitzendwerk al deelnemer was in bpfBOUW; of
- twaalf maanden als vakkracht in de bouw & infra heeft gewerkt.
Ook als de uitzendkracht bij meerdere inleners werkt kan hij, als hij aan de voorwaarden voor deelname aan de regeling voldoet, gebruik maken van de regeling.
Nee, alleen de jaren gewerkt als vakkracht bpfBOUW in de sector bouw & infra tellen mee.
Ja, als hij gebruik maakt van de regeling, neemt hij zelf ontslag en moet hij dus aan de opzegbepalingen voldoen. Hij moet in elk geval nooit opzeggen, voordat hij zeker weet dat hij gebruik kan maken van de regeling. Uitzendkrachten moeten hun dienstverband dus pas opzeggen nadat ze de voorlopige toekenningsbrief van het Aanvullingsfonds hebben ontvangen.
De regeling is ondergebracht bij het Aanvullingsfonds Bouw & Infra. APG voert de regeling uit.
Ja, de uitzendkracht vraagt zelf de regeling aan. Een aanvraag kan je doen via deze pagina.
Nee, deze regeling is een aanvulling. De uitzendkracht kiest zelf of hij het pensioen naar voren haalt of andere financiële middelen inzet. Wil hij alleen van de zwaarwerkuitkering leven, dan houdt hij ongeveer 60 procent netto over (ca. 12.500 euro).
Is de uitzendkracht met pensioen gegaan, dan is hij uit dienst. Hij voldoet dan niet aan de voorwaarde dat hij direct voorafgaand aan de uittredingsdatum in dienst moet zijn en heeft dus geen recht op een uitkering.
De regeling wordt betaald vanuit collectieve werkgeverspremie aan het Aanvullingsfonds Bouw & Infra en mogelijke overheidssubsidie.
Nee, dit kan niet. Je moet volledig stoppen (dus ontslag nemen) om in aanmerking te komen voor deze regeling. Afbouwen kan wel door je pensioen naar voren te halen. Dit heeft gevolgen voor de hoogte van het levenslange ouderdomspensioen van de uitzendkracht.
Was een uitzendkracht voor de datum dat hij uit dienst ging gedeeltelijk arbeidsgeschikt, dan heeft hij recht op een uitkering voor het deel dat hij wel arbeidsgeschikt is.
Hij moet wachten tot hij weet of hij gebruik kan maken van de regeling. Het dienstverband moet gestopt zijn op de dag dat de zwaarwerkregeling in gaat. De uitzendkracht moet het dienstverband niet eerder opzeggen dan dat hij de voorlopige toekenningsbrief heeft ontvangen. Als hij niet in aanmerking komt voor de regeling kan hij besluiten om nog niet te stoppen met werken. Als hij sowieso van plan is om met vroegpensioen te gaan op de datum waarop hij van de zwaarwerkregeling gebruik wil maken, ook als hij niet in aanmerking komt voor de zwaarwerkregeling, kan hij zijn dienstverband al wel opzeggen.
De zwaarwerkregeling gaat in op de dag na de laatste werkdag. Bij de opzegging moet de uitzendkracht rekening houden met een opzegtermijn van 1 maand. Voor het opzeggen van zijn dienstverband kan de uitzendkracht gebruik maken van een voorbeeldbrief.
Het stappenplan is een goed hulpmiddel om te kijken wat de uitzendkracht allemaal moet doen en op welk moment.
Nee, het is het recht en de eigen keuze van de uitzendkracht om gebruik te maken van de zwaarwerkregeling en te stoppen met werken. De uitzendkracht zegt zijn arbeidsovereenkomst op. De uitzendkracht kan hiervoor gebruik maken van de voorbeeldbrief.
Ja, als u met een uitzendkracht die gebruik maakt of gaat maken van de zwaarwerkregeling aanvullende financiële afspraken maakt die gezien kunnen worden als een regeling voor vervroegde uittreding, loopt u het risico dat u hierover een RVU boete van 52% moet betalen. Een regeling voor vervroegde uittreding is een regeling die (nagenoeg) uitsluitend ten doel heeft te voorzien in een of meer uitkeringen of verstrekkingen ter overbrugging van de periode tot het ingaan van de pensioen- of AOW-uitkering dan wel tot het aanvullen van pensioenuitkeringen.
De zwaarwerkregeling gaat in op de eerste dag na de laatste dag van het dienstverband. Deze dagen sluiten dus direct op elkaar aan. Hier kunnen geen dagen tussen zitten. Om te bepalen wat exact de laatste dag is, is een bewijs, zoals een kopie van de ontslagbrief nodig. Let op: De laatste dag van de arbeidsovereenkomst hoeft niet dezelfde dag te zijn als de laatste dag dat de uitzendkracht nog aan het werk is. Bijvoorbeeld omdat hij verlofdagen heeft en opneemt.
Meestal is het bewijs een kopie van de ontslagbrief die de uitzendkracht aan de werkgever overhandigt. Maar als er sprake is van aanvullende afspraken bij het einde van het dienstverband dan kan dit ook een vaststellingsovereenkomst zijn. Het initiatief voor beëindiging van het dienstverband moet echter altijd van de uitzendkracht komen, want er mag geen sprake zijn van een verkapte ontslagregeling of samenloop met een ww-uitkering.
Nee, het is het recht en eigen keuze van de uitzendkracht om gebruik te maken van de zwaarwerkregeling. Toestemming van de uitzendwerkgever is hiervoor niet nodig. De arbeids/uitzendovereenkomst moet worden beëindigd op het verzoek van de uitzendkracht, niet dat van de werkgever.
Nee, de uitzendkracht moet de uitzendwerkgever op de hoogte stellen, niet de inlener (het is wel netjes om het te doen).
Nee, als de zwaarwerkuitkering uiterlijk 31 december 2025 ingaat dan heeft de uitzendkracht recht op de uitkering tot zijn/haar AOW-leeftijd. De start van de deelname aan de zwaarwerkregeling moet wel vóór 1 januari 2026 zijn.
De maandelijksDe maandelijkse bruto uitkering in 2024 is 1.939,32 euro. Dit geldt bij een fulltime dienstverband en is inclusief vakantiegeld. Ieder jaar op 1 januari wordt de uitkering verhoogd met hetzelfde percentage als waarmee de lonen in de cao zijn verhoogd in het voorgaande jaar.
Hoeveel ontvangt de uitzendkracht netto?
Dit hangt af van de belasting die op de uitkering wordt ingehouden. De uitzendkracht kan gebruik maken van loonheffingskorting. Dan betaalt hij minder belasting. Let op! De loonheffingskorting mag voor één uitkering (of salaris) worden gebruikt. Ontvangt de uitzendkracht naast de zwaarwerkuitkering bijvoorbeeld ook een pensioenuitkering? Dan mag de loonheffingskorting op één van deze twee uitkeringen worden toegepast. Kijk op: Loonheffingskorting – hoe vraag ik die aan? (belastingdienst.nl)
In de voorlopige toekenning van de zwaarwerkuitkering ziet de uitzendkracht het nettobedrag zonder loonheffingskorting. Stuurt hij later een loonbelastingverklaring op? Dan ziet hij het nettobedrag met loonheffingskorting in de definitieve toekenning of op de volgende betaalspecificatie.
Bedragen per maand (2024)*
Bruto bedrag zwaarwerkuitkering €1.939,32
Netto zonder loonheffingskorting €1.120,82
Netto met loonheffingskorting €1.400,98
* Bij een fulltime dienstverband voordat de uitzendkracht stopt met werken
Vakbonden kunnen uitzendkrachten helpen bij het indienen van de aanvraag en het beantwoorden van vragen en op www.zwaarwerkregeling.nl.
Daar vinden ze bijvoorbeeld ook een handig stappenplan
Ook werkgevers kunnen op www.zwaarwerkregeling.nl terecht. Voor specifieke vragen staat de afdeling Juridisch Advies (opent in nieuw tabblad) uiteraard ook voor u klaar.
