Ga naar de inhoud

BBL-leerling met uitzendbeding in dienst? Dan geen lage WW-premie meer

Duurzame inzetbaarheid
Ondernemerschap

In 2022 mogen werkgevers nog de lage WW-premie toepassen voor BBL-leerlingen met een uitzendbeding. Vanaf 1 januari 2023 moeten zij de hoge WW-premie toepassen.

Aanpassing Besluit WFSV per 1 januari 2023

Op Uitzendkrachten met een arbeidsovereenkomst met een uitzendbeding is de hoge WW-premie van toepassing. Het gaat namelijk niet om een overeenkomst voor onbepaalde tijd en dit is wel een van de vereisten voor toepassing van de lage WW-premie. Dit geldt in principe ook voor uitzendkrachten met uitzendbeding die de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) volgen. Echter, de regelgeving is hier niet duidelijk over. Daardoor kon in de jaren 2020, 2021 en 2022 de lage WW-premie worden toegepast op uitzendkrachten met uitzendbeding die de BBL volgen.

Op 1 januari 2023 wordt het Besluit Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) op dit punt aangepast. Werkgevers moeten vanaf die datum de hoge WW-premie toepassen voor een BBL-leerling met uitzendbeding.

Uitzondering

De lage WW-premie blijft vanaf 2023 ook gelden als:

  • De uitzendkracht met een arbeidsovereenkomst met uitzendbeding in een BBL-traject zit en jonger is dan 21 jaar; en
  • Hij maximaal maximaal 48 verloonde uren per vierwekenaangifte, of 52 verloonde uren per maandaangifte heeft.

Delen via: