8 misverstanden over de handhaving op schijnzelfstandigheid

De handhavingspauze op schijnzelfstandigheid is op 1 januari gestopt. De brancheverenigingen NBBU, Bovib, ABU, RIM en VvDN merken veel verwarring over deze beleidsverandering en het vraagstuk schijnzelfstandigheid. Opdrachtgevers en zelfstandigen maken zich soms onterecht zorgen. In deze publicatie helpen we acht veelgehoorde misverstanden de wereld uit. Als coalitie van brancheverenigingen hopen we hiermee bij te dragen aan meer duidelijkheid en rust onder zelfstandigen, intermediairs en hun opdrachtgevers.
1. Er werd niet gehandhaafd op schijnzelfstandigheid – Dit klopt niet, er waren al controles, maar zonder boetes. Vanaf 1 januari 2025 kan direct worden gehandhaafd.
2. VBAR is al van kracht – Nee, het is nog een conceptwetsvoorstel en niet aangenomen.
3. Organisatorische inbedding is doorslaggevend – Dit is niet het enige criterium; alle omstandigheden tellen mee.
4. Er zijn slechts enkele criteria om een arbeidsrelatie te beoordelen – Nee, een holistische benadering is nodig.
5. Er bestaan 100% compliant zzp-contracten – Niet waar, de praktijk is bepalend en modelovereenkomsten bieden geen garantie.
6. Ondernemerschap van de zzp’er is onbelangrijk – Dit speelt wel degelijk een rol, al is het niet altijd doorslaggevend.
7. De meeste zzp’ers werken uit noodzaak – Onjuist, het merendeel kiest er bewust voor.
8. Zzp’ers scoren slecht op brede welvaart – Vrijwillige zzp’ers ervaren juist een hogere brede welvaart dan werknemers.
Meer weten?
Experts op dit onderwerp