Ga naar de inhoud

Uitwerking NOW-regeling

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft meer duidelijkheid gegeven over de voorwaarden van de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW). De NBBU heeft dit voor u verder uitgewerkt.

Grote en middelgrote rechtspersonen

Voor grote en middelgrote rechtspersonen wordt uitgegaan van de netto-omzet. Daarbij gaat het om de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de rechtspersoon onder aftrek van kortingen en dergelijke van over de omzet geheven belasting. Opbrengsten zijn baten die ontstaan bij de uitvoering van de normale activiteiten van een onderneming. Dit betekent dat omzet wordt verantwoord als de activiteiten betrekking hebben op de levering van goederen of diensten voor een specifieke klant waarmee een (verkoop)contract is gesloten. Voor de definitie van omzet wordt aangesloten bij de omzetdefinitie in het jaarrekeningenrecht. Grote en middelgrote rechtspersonen hebben deze netto-omzet doorgaans paraat omdat dit altijd al verantwoord moet worden in de jaarrekening (al dan niet in de vorm van een verhoudingscijfer).

Micro- en kleine rechtspersonen en ondernemingen die geen rechtspersoon gebruiken

Micro- en kleine rechtspersonen en ondernemingen die geen rechtspersoon gebruiken mogen de fiscale netto-omzet hanteren die zij ook gebruiken voor hun aangiften winstbelasting bij de Belastingdienst.

Indien er gefactureerd wordt, doordat het contract met de onderneming waar de werknemers werk verrichten doorloopt, is er geen sprake van omzetverlies. Er wordt hierbij geen rekening gehouden met een eventuele betalingstermijn van een factuur of met problemen met het innen van deze facturen.

De werkgever moet een omzetdaling hebben van ten minste 20%, naar keuze in de meetperiode:

  • 1 maart t/m 31 mei 2020, of
  • 1 april t/m 30 juni 2020, of
  • 1 mei t/m 31 juli 2020

De keuze voor de meetperiode moet gemaakt worden bij de aanvraag en kan later niet meer worden aangepast.

Om de omzetdaling aan te tonen vergelijken ondernemers een kwart (25%) van hun jaaromzet (zie hiervoor) van 2019 met deze periode. Verkregen subsidies en andere bijdragen uit de publieke middelen worden gelijkgesteld met omzet.

Indien uit deze vergelijking blijkt dat de omzetdaling groter is dan 20% (ten opzichte van 2019) kan de subsidieregeling worden toegepast.

Omzetdaling geldt voor Nederlandse rechtspersonen en vennootschappen en buitenlandse rechtspersonen en vennootschappen met werknemers die in Nederland sociaal verzekerd zijn. Als er buitenlandse rechtspersonen en vennootschappen zijn met werknemers die niet in Nederland sociaal verzekerd zijn, dan mag de omzetdaling van deze rechtspersonen en vennootschappen niet meegenomen worden in de totaalberekening.

De subsidie over de loonsom wordt gegeven over de periode 1 maart 2020 – 31 mei 2020, ongeacht welke driemaandsperiode de ondernemer gebruikt voor het aantonen van de omzetdaling. Een werkgever hoeft niet aan te tonen in welke mate de coronacrisis bijdraagt aan de omzetdaling.

Rekenvoorbeeld 1:

Een voorbeeld van de toepassing van onderdeel a: een werkgever had een omzet in 2019 van gemiddeld €100.000 per maand, ofwel €1.200.000 over het gehele jaar. In de periode van 1 maart tot en met 31 mei 2020 – in dit voorbeeld de periode waarover de werkgever heeft aangegeven zijn omzetdaling berekend wil hebben – is zijn omzet gemiddeld €70.000 per maand, ofwel €210.000 over de gehele periode. In dit geval is de omzetdaling:

 

Rekenvoorbeeld 2:

Een voorbeeld voor de toepassing van onderdeel b: een werkgever start zijn onderneming op 17 juli 2019. Zijn in aanmerking te nemen omzet vanaf 1 augustus 2019 tot en met 29 februari 2020 bedraagt in totaal €140.000. In de maanden april tot en met juni 2020 – in dit voorbeeld de periode waarover de werkgever heeft aangegeven zijn omzetdaling berekend wil hebben – is zijn omzet gemiddeld €10.000 per maand, ofwel €30.000 over de algehele periode. In dit geval wordt de omzet over deze 7 maanden (augustus 2019 tot en met februari 2020) naar rato omgezet naar 3 maanden (€140.000 / 7 x 3 = €60.000). Dat is de referentie-omzet. In dit geval is de omzetdaling:

 

Omzet en omzetdaling

Grote en middelgrote rechtspersonen

Voor grote en middelgrote rechtspersonen wordt uitgegaan van de netto-omzet. Daarbij gaat het om de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de rechtspersoon onder aftrek van kortingen en dergelijke van over de omzet geheven belasting. Opbrengsten zijn baten die ontstaan bij de uitvoering van de normale activiteiten van een onderneming. Dit betekent dat omzet wordt verantwoord als de activiteiten betrekking hebben op de levering van goederen of diensten voor een specifieke klant waarmee een (verkoop)contract is gesloten. Voor de definitie van omzet wordt aangesloten bij de omzetdefinitie in het jaarrekeningenrecht. Grote en middelgrote rechtspersonen hebben deze netto-omzet doorgaans paraat omdat dit altijd al verantwoord moet worden in de jaarrekening (al dan niet in de vorm van een verhoudingscijfer).

Micro- en kleine rechtspersonen en ondernemingen die geen rechtspersoon gebruiken

Micro- en kleine rechtspersonen en ondernemingen die geen rechtspersoon gebruiken mogen de fiscale netto-omzet hanteren die zij ook gebruiken voor hun aangiften winstbelasting bij de Belastingdienst.

Indien er gefactureerd wordt, doordat het contract met de onderneming waar de werknemers werk verrichten doorloopt, is er geen sprake van omzetverlies. Er wordt hierbij geen rekening gehouden met een eventuele betalingstermijn van een factuur of met problemen met het innen van deze facturen.

De werkgever moet een omzetdaling hebben van ten minste 20%, naar keuze in de meetperiode:

  • 1 maart t/m 31 mei 2020, of
  • 1 april t/m 30 juni 2020, of
  • 1 mei t/m 31 juli 2020

De keuze voor de meetperiode moet gemaakt worden bij de aanvraag en kan later niet meer worden aangepast.

Om de omzetdaling aan te tonen vergelijken ondernemers een kwart (25%) van hun jaaromzet (zie hiervoor) van 2019 met deze periode. Verkregen subsidies en andere bijdragen uit de publieke middelen worden gelijkgesteld met omzet.

Indien uit deze vergelijking blijkt dat de omzetdaling groter is dan 20% (ten opzichte van 2019) kan de subsidieregeling worden toegepast.

Omzetdaling geldt voor Nederlandse rechtspersonen en vennootschappen en buitenlandse rechtspersonen en vennootschappen met werknemers die in Nederland sociaal verzekerd zijn. Als er buitenlandse rechtspersonen en vennootschappen zijn met werknemers die niet in Nederland sociaal verzekerd zijn, dan mag de omzetdaling van deze rechtspersonen en vennootschappen niet meegenomen worden in de totaalberekening.

De subsidie over de loonsom wordt gegeven over de periode 1 maart 2020 – 31 mei 2020, ongeacht welke driemaandsperiode de ondernemer gebruikt voor het aantonen van de omzetdaling. Een werkgever hoeft niet aan te tonen in welke mate de coronacrisis bijdraagt aan de omzetdaling.

Rekenvoorbeeld 1:

Een voorbeeld van de toepassing van onderdeel a: een werkgever had een omzet in 2019 van gemiddeld €100.000 per maand, ofwel €1.200.000 over het gehele jaar. In de periode van 1 maart tot en met 31 mei 2020 – in dit voorbeeld de periode waarover de werkgever heeft aangegeven zijn omzetdaling berekend wil hebben – is zijn omzet gemiddeld €70.000 per maand, ofwel €210.000 over de gehele periode. In dit geval is de omzetdaling:

 

Rekenvoorbeeld 2:

Een voorbeeld voor de toepassing van onderdeel b: een werkgever start zijn onderneming op 17 juli 2019. Zijn in aanmerking te nemen omzet vanaf 1 augustus 2019 tot en met 29 februari 2020 bedraagt in totaal €140.000. In de maanden april tot en met juni 2020 – in dit voorbeeld de periode waarover de werkgever heeft aangegeven zijn omzetdaling berekend wil hebben – is zijn omzet gemiddeld €10.000 per maand, ofwel €30.000 over de algehele periode. In dit geval wordt de omzet over deze 7 maanden (augustus 2019 tot en met februari 2020) naar rato omgezet naar 3 maanden (€140.000 / 7 x 3 = €60.000). Dat is de referentie-omzet. In dit geval is de omzetdaling:

 

Als een ondernemer is gestart na 1 januari 2019 maar voor 2 februari 2020 (dus uiterlijk op 1 februari 2020) wordt de berekening van de omzet als volgt gedaan. Tel het aantal volledige kalendermaanden na de start van de onderneming tot en met februari 2020 bij elkaar op en reken dat om naar een 3-maandsperiode.

Rekenvoorbeeld

Een onderneming is gestart op 17 augustus 2019. De omzet van september 2019 tot en met februari 2020 wordt bij elkaar opgeteld. Dit bedrag wordt gedeeld door 7 maanden en vermenigvuldigd met 3 om tot een 3-maandsperiode te komen.

Indien een onderneming een andere onderneming heeft overgenomen na 1 januari 2019 tot en met 1 februari 2020 is er veelal geen sprake van omzetdaling van de referentieomzet ten opzichte van 25% van de omzet van 2019. Daarom wordt voor ondernemingen die een overname hebben gedaan aangesloten bij de bepaling van de omzetdaling van de startende onderneming. De referentieomzet wordt daarmee de eerste volledige kalendermaand na de overname tot en met 29 februari 2020, gedeeld door het aantal kalendermaanden dat de nieuwe onderneming actief is, maal 3.

Voor het bepalen van de loonsom wordt ook bij deze ondernemingen gekeken of de loonsom van maart-april-mei 2020 hoger is dan die van drie maal januari 2020. Als dit het geval is wordt de loonsom van maart 2020 gebruikt als refertemaand.

Heeft een overname plaatsgevonden na 1 februari 2020, dan kan deze regeling niet toegepast worden. Er zit dan geen kalendermaand meer tussen het moment van overname en de uiterlijke datum van 29 februari 2020.

Subsidiehoogte

De formule voor het vaststellen van de subsidie is: A x B x 3 x 1,3 x 0,9

3: Het gaat over 3 maanden subsidie, terwijl B voor één maand is
1,3: vermeerdering werkgeverslasten met 30%
0,9: 90% subsidie

A: percentage omzetdaling
B: totale loonsom van werknemers waarvoor werkgever loon heeft uitbetaald in het aangiftetijdvak

  • Er wordt uitgegaan van het eerste aangiftetijdvak van 2020, of als er geen gegevens zijn in dat tijdvak, het loon van de maand november dan wel het twaalfde tijdvak als er per 4 weken verloond wordt.
  • Als er per 4 weken verloond wordt, wordt de loonsom verhoogd met 8,33 procent om tot een loonsom per maand te komen.
  • Als er geen sprake is van aangifte per vier weken of per maand, wordt het loon van de werknemer herleid naar een loon per aangiftetijdvak van één maand.
  • De loonsom wordt verminderd met uitkeringen die UWV door tussenkomst van de werkgever heeft uitbetaald.
  • Loonsom wordt verminderd met werknemers die zijn ontslagen op bedrijfseconomische gronden (welk loon wordt vermeerderd met 50%).
  • Uitbetaling vakantiebijslag wordt niet meegenomen bij de vaststelling van de loonsom, met uitzondering van de uitbetaling van het vakantiegeld als een werkgever die niet gereserveerd heeft.
  • Loonsom wordt vermenigvuldigd met 0,926 als er geen vakantiegeld wordt gereserveerd in de loonadministratie.
  • Maximering van € 9.538 per tijdvak vindt plaats na de eerdere verminderingen.

Het is bovendien een algemeen bedrag dat aan de werkgever wordt toegekend. Het ziet niet specifiek op het arbeidsurenverlies van de individuele werknemers.

Werkgeverslasten worden geforfaiteerd op 30%. Let op: het kan zijn dat uw werkgeverslasten hoger liggen dan 30%. Het kabinet heeft er voor gekozen een vast percentage te hanteren om de hoogte van de subsidie te berekenen.

Rekenvoorbeeld:
Voor een voorbeeld van de hoogte van het voorschot wordt gebruik gemaakt van de verschillende bedragen die hiervoor genoemd zijn. De berekening is dan de omzetdaling van 0,4, vermenigvuldigd met de loonsom van € 100.000, vermenigvuldigd met 1,3, vermenigvuldigd met 3, vermenigvuldigd met 0,9. De uitkomst is een bedrag van € 140.000 voor de periode van 1 maart tot en met 31 mei 2020. Hiervan wordt, op grond van artikel 11, 80% uitgekeerd als voorschot, te weten € 112.320.

Voor alle bedrijven die in de wintermaanden een lagere loonsom hebben, komt er een aanpassing. Als de loonsom van de onderneming in maart-april-mei hoger is dan drie keer de loonsom in januari wordt er gerekend met de loonsom van maart in de vaststelling van de subsidie. Als een ondernemer eerder een aanvraag heeft gedaan en op basis hiervan een afwijzende beschikking hebben ontvangen, zullen zij door UWV worden benaderd. De bevoorschotting blijft echter wel gelijk, bij de vaststelling van de subsidie kan er (aanvullende) tegemoetkoming worden gegeven. Vaststelling vindt plaats na afloop van de subsidieperiode(s), na 7 oktober 2020.

De formule voor vaststelling van de subsidie bij een hogere loonsom is:

A x (E x 3 – B x 3) x 1,3 x 0,9

1,3: vermeerdering werkgeverslasten met 30%
0,9: 90% subsidie

A: percentage omzetdaling
E: loonsom maart 2020

B: loonsom januari 2020

Rekenvoorbeeld:

De loonsom van een ondernemer in januari is € 50.000. De verwachte omzetdaling is 50%. De verwachte subsidie is dan 0,5 x € 50.000 x 3 x 1,3 x 0,9 = € 87.750. Het voorschot wordt dan € 70.200.

De uiteindelijke omzetdaling blijft 50%. De uiteindelijk loonsom over de maanden maart-april-mei is respectievelijk € 200.000, € 225.000 en € 225.000. De totale loonsom van deze drie maanden (€ 650.000) is hoger dan 3x de loonsom van januari (€ 150.000). De referentiemaand van de loonsom voor het vaststellen wordt dan gesteld op maart.

De verhoging van de subsidie wordt dan 0,5 x ((€ 200.000 x 3)-(€50.000 x 3)) x 1,3 x 0,9 = € 263.250

Dit bedrag wordt opgeteld bij het oorspronkelijk berekende subsidiebedrag om tot het totale subsidiebedrag te komen € 263.250 + € 87.750 = € 351.000.

 Werkgevers die in januari 2020 een loonsom van € 0 hadden, kunnen nu alsnog een NOW-aanvraag doen. Het aanvraagtijdvak is verruimd tot en met 5 juni 2020.

Het percentage van 90% van de totale loonsom is een maximumpercentage dat zal worden uitbetaald bij een omzetdaling van 100%. Is de omzetdaling lager, dan zal de subsidie evenredig lager worden vastgesteld. Bij een omzetdaling van 50% bedraagt de subsidie 45% (= 50% van 90%) van de loonsom en bij een omzetdaling van 20% bedraagt de subsidie 18% (= 20% van 90%), etc.

Bij het vaststellen van de uiteindelijke subsidie wordt gekeken naar de loonsom zoals deze is opgegeven door de werkgever in de aangiftetijdvakken. Als de loonsom lager is dan de loonsom in januari 2020 wordt de subsidie als volgt verlaagd:

(B x 3 – C) x 1,3 x 0,9

C is hierbij de daadwerkelijke loonsom over de periode van 1 maart t/m 31 mei 2020. Als een werkgever loonaangifte per vier weken doet wordt de loonsom bij C verhoogd met 8,33%. Lees hier ook meer over bij ‘Hoe wordt omgegaan met een loonaangiftetijdvak van 4 weken?’

Rekenvoorbeeld:

Een werkgever heeft in de berekening van het voorschot, waarbij wordt uitgegaan van het tijdvak januari 2020, € 1.000.000 loonsom en een verwacht omzetdaling van 50%. Dat leidt tot een verwachte vaststelling van de subsidie van (0,5 x € 1.000.000 x 3 x 1,3 x 0,9) = € 1.755.000 in totaal. Hiervan krijgt de werkgever een voorschot van € 1.404.000.

De gerealiseerde omzetdaling is 50%. De uiteindelijke loonsom over de maanden maart, april en mei 2020 is € 2.400.000 euro. Het verschil in loonsom (gemiddeld € 200.000 per maand minder) wordt als volgt verwerkt in de vaststelling.

Het eerste deel van de subsidie wordt vastgesteld zoals verwacht, € 1.755.000 in totaal. Aangezien de loonsom met in totaal € 600.000 zijn gedaald, wordt het bedrag van de subsidie verminderd. Deze vermindering is ((€ 1.000.000 x 3) – € 2.400.000) x 1,3 x 0,9 = € 702.000 De subsidie wordt dus vastgesteld op € 1.755.000 – € 702.000 = € 1.053.000 en er wordt € 1.404.000 – € 1.053.000 = € 351.000 teruggevorderd.

Er vindt hierbij geen correctie plaats voor omzetverlies. Hiervoor is gekozen vanuit de gedachte dat de werkgever met X% omzetverlies ook voor diezelfde X% van zijn loonsom subsidie nodig heeft. Anders gezegd: als omzet en loonsom met hetzelfde percentage dalen, zal de werkgever de overgebleven loonsom moeten betalen met de overgebleven omzet en dient er geen recht op subsidie te bestaan.

  • Binnen 38 weken na afloop van de aaneengesloten periode van drie maanden vraagt werkgever vaststelling van de subsidie aan
  • Bij de aanvraag wordt meegezonden:
  • Definitieve gegevens omzetdaling
  • Accountantsverklaring of verklaring financieel adviseur (indien nodig; zie ‘Wanneer is een accountantsverklaring of een verklaring van een financieel adviseur nodig?’)
  • Verklaring dat is voldaan de verplichtingen
  • Subsidie wordt vastgesteld aan de hand van de rekenmethode
  • Subsidie wordt uiterlijk 22 weken na ontvangst van de aanvraag vastgesteld

Voor de vaststelling van de NOW-subsidie wordt een accountantsverklaring verplicht voor bedrijven die een voorschot van meer dan 100.000 euro hebben ontvangen. Ook bij een vaststelling van de subsidie van 125.000 euro of meer is een accountantsverklaring vereist. Indien bij de vaststelling alsnog een accountantsverklaring vereist is moet deze binnen 14 weken overlegd worden. Er komt een online tool om te bepalen of er een accountantsverklaring vereist is.

Wanneer er geen accountantsverklaring benodigd is, kan er ook controle plaatsvinden. De werkgever moet dan aan de volgende voorwaarden voldoen: met betrekking tot de omzet en de loonsom moet een zodanig controleerbare administratie worden gevoerd dat achteraf gecontroleerd kan worden of de subsidie terecht is verstrekt.

Ook heeft de werkgever de plicht om direct te melden als het duidelijk is dat hij niet langer aan de verplichtingen van de subsidie kan voldoen.

Als er een voorschot is ontvangen van meer dan 20.000 euro, of een subsidievaststelling van meer dan 25.000 euro, dient er een verklaring van een derde te worden overlegd die de omzetdaling bevestigd. Dit kan bijvoorbeeld een administratiekantoor of financieel adviseur zijn.

Deze bedragen worden vastgesteld op het niveau van een natuurlijk persoon, rechtspersoon of concern.

Voor de vaststelling van de NOW-subsidie wordt een accountantsverklaring verplicht voor bedrijven die een voorschot van meer dan 100.000 euro hebben ontvangen. Ook bij een vaststelling van de subsidie van 125.000 euro of meer is een accountantsverklaring vereist. Indien bij de vaststelling alsnog een accountantsverklaring vereist is moet deze binnen 14 weken overlegd worden. Er komt een online tool om te bepalen of er een accountantsverklaring vereist is.

Wanneer er geen accountantsverklaring benodigd is, kan er ook controle plaatsvinden. De werkgever moet dan aan de volgende voorwaarden voldoen: met betrekking tot de omzet en de loonsom moet een zodanig controleerbare administratie worden gevoerd dat achteraf gecontroleerd kan worden of de subsidie terecht is verstrekt.

Ook heeft de werkgever de plicht om direct te melden als het duidelijk is dat hij niet langer aan de verplichtingen van de subsidie kan voldoen.

Als er een voorschot is ontvangen van meer dan 20.000 euro, of een subsidievaststelling van meer dan 25.000 euro, dient er een verklaring van een derde te worden overlegd die de omzetdaling bevestigd. Dit kan bijvoorbeeld een administratiekantoor of financieel adviseur zijn.

Deze bedragen worden vastgesteld op het niveau van een natuurlijk persoon, rechtspersoon of concern.

Uitgegaan wordt van het sociale verzekeringsloon uit tegenwoordige dienstbetrekkingen. Ook aanvullende lasten en kosten zoals onder andere werkgeverspremies en werknemersbijdragen aan pensioen en de opbouw van vakantiebijslag worden gecompenseerd.

Met het loon wordt gedoeld op het loon voor de sociale verzekeringen op grond van artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen (hierna: SV-loon), en wel alleen voor zover het gaat om loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Het SV-loon is behoudens enkele uitzonderingen gelijk aan het loon overeenkomstig de Wet op de loonbelasting 1964. Doordat met deze omschrijving loon uit vroegere dienstbetrekkingen is uitgesloten, geldt dat uitkeringen – op een tweetal uitzondingen na – in principe ook niet worden meegenomen in de berekening van de loonsom. De twee uitzonderingen hierop zijn: Ziektewetuitkeringen en uitkeringen op grond van de Wet arbeid en zorg, in de eerste twee jaren. Deze uitkeringen worden namelijk in de eerste twee jaren aangemerkt als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en vallen daarmee wel onder het begrip ‘loon’.

Er dient dan naast de Ziektewetuitkering een dienstbetrekking te bestaan, waarmee dit onder de witte tabel valt. Sinds 1-1-2020 vallen Ziektewetuitkeringen onder de groene tabel (loon uit vorige dienstbetrekking) en deze worden niet meegenomen in het bepalen van de hoogte van de loonsom.

AOW-gerechtigde werknemers zijn verzekerd voor de Ziektewet en vallen daarmee onder het SV-loon.

Vakantiebijslag

Uitbetaalde vakantiebijslag (bijvoorbeeld bij de betaling in januari 2020 van vakantiebijslag, indien een betrokken werknemer uit dienst treedt) wordt niet meegenomen in de loonsom bij de definitieve vaststelling. Werkgevers die geen vakantiebijslag reserveren worden hierbij uitgezonderd.

Bij werkgevers die geen vakantiebijslag reserveren vindt in de definitieve vaststelling van de loonsom een correctie plaats van vermenigvuldigingsfactor 0,926 (=100/108, met afronding).

Bij de vaststelling van de subsidie wordt de loonsom gecorrigeerd voor het eventuele uitbetaalde extra periode salaris. Een voorbeeld van extra loon is een recht op een dertiende maand. Het gaat niet om eenmalige bonussen of vakantietoeslagen.

Sommige werkgevers doen geen loonaangifte per maand, maar per vier weken. In dat geval wordt het loon over vier weken omgerekend naar het loon over een maand door het te verhogen met 8,33%. Als benadering van de loonsom in maart, april en mei 2020 worden de vierwekentijdvakken genomen die de meeste overlap hebben met die maanden, te weten het derde tot en met vijfde tijdvak van 2020 (24 februari tot en met 17 mei 2020).

Vakantiebijslag

Uitbetaalde vakantiebijslag (bijvoorbeeld bij de betaling in januari 2020 van vakantiebijslag, indien een betrokken werknemer uit dienst treedt) wordt niet meegenomen in de loonsom bij de definitieve vaststelling. Werkgevers die geen vakantiebijslag reserveren worden hierbij uitgezonderd.

Bij werkgevers die geen vakantiebijslag reserveren vindt in de definitieve vaststelling van de loonsom een correctie plaats van vermenigvuldigingsfactor 0,926 (=100/108, met afronding).

De NOW voorziet echter ook in tegemoetkoming in de loonkosten van werkgevers wanneer zij meer loon betalen aan de werknemers met een flexibele arbeidsomvang dan waar zij wettelijk toe verplicht zijn. De NOW stimuleert de werkgever daarmee om in de situatie waar geen loondoorbetalingsverplichting bestaat op grond van de wet, toch coulancehalve het loon door te betalen. In de loonsom die wordt gebruikt voor de vaststelling van de NOW worden namelijk ook de lonen van werknemers met een flexibele urenomvang meegenomen. Dit werkt als volgt. Het voorschot dat in het kader van de NOW wordt verstrekt, is (behoudens uitzonderingen) gebaseerd op de loonsom over het aangiftetijdvak januari 2020. Als de loonsom over de maanden maart-april-mei lager is, wordt de hoogte van de subsidie 90% van het bedrag waarmee de loonsom is gedaald. Kiest de werkgever ervoor om de lonen van werknemers met flexibele arbeidsomvang door te betalen ter hoogte van het gemiddelde loon in januari 2020 (of, als daar geen gegevens over beschikbaar zijn, november 2019), dan tellen deze lonen mee bij de vaststelling van de subsidie. Als de werkgever minder betaalt, daalt de loonsom over de maanden maart-april-mei en wordt de subsidie lager vastgesteld. Dit kan leiden tot een terugvordering. Een hogere loonsom in de maanden maart-april-mei leidt niet tot een hogere vaststelling van de subsidie.

Indien er na 18 maart een ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische gronden bij UWV wordt ingediend wordt de subsidie gekort. Daarbij geldt de volgende berekening: het loon van de werknemer(s) voor wie de ontslagaanvraag wordt ingediend, wordt eerst verhoogd met 50% en vervolgens wordt dat bedrag in mindering gebracht op de loonsom waarvoor subsidie ontvangen wordt.

Dit is weergegeven in de formule: D x 1,5 x 3 x 1,3 x 0,9

Waarbij D staat voor het loon van de werknemers waarvoor de ontslagvergunning is aangevraagd.

Rekenvoorbeeld:

Werkgever heeft een omzetverlies van 50%. De werkgever krijgt dus over 50% van zijn loonsom een subsidie van 90%. Hij had in januari een loonsom van € 1.000.000 . Dat leidt tot een verwachte vaststelling van de subsidie van (0,5 x € 1.000.000 x 3 x 1,3 x 0,9) = € 1.755.000 in totaal. Hiervan krijgt de werkgever een voorschot van 80%: € 1.404.000.

Werkgever vraagt in april 2020 voor een aantal werknemers ontslag wegens bedrijfseconomische redenen aan. Deze werknemers verdienden in januari gezamenlijk € 200.000. Dit bedrag wordt vermenigvuldigd met 1,5, vervolgens met 3 aangezien de subsidie betrekking heeft op drie maanden, en vervolgens met de gebruikelijke factoren 1,3 en 0,9. De subsidie wordt dus verlaagd met (€ 200.000 x 1,5 x 3 x 1,3 x 0,9) = € 1.053.000. Het uiteindelijke subsidiebedrag wordt daarmee (€ 1.755.000 – € 1.053.000) = € 702.000.

Er wordt € 1.404.000 – € 702.000 = € 702.000 teruggevorderd.

Subsidieaanvraag

U kunt vanaf 6 april 2020 t/m 5 juni 2020 NOW-subsidie aanvragen bij UWV. 

Houdt u deze gegevens bij de hand: 

  • uw bedrijfsgegevens: naam, adres, telefoonnummer, e-mail, gegevens contactpersoon .
  • als u werktijdverkorting heeft aangevraagd: het zaaknummer. Het zaaknummer staat op de ontvangstbevestiging van het ministerie. Het nummer bestaat uit 5 of 6 cijfers. 
  • het loonheffingennummer. Voor ieder loonheffingennummer moet u een aparte aanvraag indienen. 
  • de 3 maanden waarover u minstens 20% omzetverlies verwacht.
  • het verwachte percentage omzetverlies in die periode.
  • het rekeningnummer en de tenaamstelling. Dit moet hetzelfde rekeningnummer zijn dat de Belastingdienst gebruikt om te veel betaalde loonheffingen aan u terug te betalen.
  • een kopie van uw bankafschrift (scan of schermafbeelding). Dit is een afschrift van de bankrekening die we hierboven noemen. Rekeningnummer en naam rekeninghouder moeten goed zichtbaar zijn. 

Let op: u kunt alleen een Nederlands adres en rekeningnummer opgeven.

Het is mogelijk dat het rekeningnummer van de werkgever dat gekoppeld is aan het loonheffingennummer, een buitenlands rekeningnummer is. Omdat het om uitvoeringstechnische redenen voor UWV niet mogelijk is een subsidieaanvraag te behandelen waarin een buitenlandse bankrekeningnummer is opgegeven, wordt geregeld dat werkgevers met een buitenlands rekeningnummer binnen vier weken een Nederlands rekeningnummer kunnen doorgeven. De subsidie zal vervolgens betaald worden op dit Nederlandse rekeningnummer. 

Als de werkgever onderdeel is van een groep of meerdere loonheffingsnummers heeft wordt de verwachte omzetdaling voor alle rechtspersonen en vennootschappen binnen de groep dan wel de loonheffingsnummers gehanteerd. Lees hierover meer bij ‘Wanneer is er sprake van een groep of een concern?’ 

De werkgever kan de gegevens binnen 4 weken na de aanvraag aanvullen. 

De omzetdaling moet per werkgever aangevraagd worden. De meeste werkgevers hebben een onderneming die uit één rechtspersoon (of een natuurlijke persoon) bestaat, met daaraan gekoppeld één loonheffingennummer voor de loonaangifte bij de Belastingdienst. Voor hen is het aanvraagproces het eenvoudigst. Zij bepalen de verwachte omzetdaling voor hun hele onderneming (zie hiervoor) en dienen één aanvraag in. Er wordt een voorschot wordt uitgekeerd op basis van de (daling van de) loonsom van deze onderneming, net als uiteindelijk de definitieve afrekening.

Een groep is een economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden. Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen en vennootschappen die met elkaar in een groep zijn verbonden. Voor een groep zijn organisatorische verbondenheid (stap 1), een economische eenheid (stap 2) en centrale leiding (stap 3) cumulatieve voorwaarden.

Stap 1 Organisatorische verbondenheid

Er is sprake van organisatorische verbondenheid indien er integratie in de groeps- of concernorganisatie heeft plaatsgevonden Veelal zal er sprake zijn van organisatorische verbondenheid door directe of indirecte meerderheidsdeelnemingen in het kapitaal van andere groepsmaatschappijen. Een meerderheid van de aandelen is geen vereiste. Ook minderheidsdeelnemingen kunnen tot een groep behoren. De organisatorische verbondenheid kan zelfs zonder aandelendeelneming bestaan, bijvoorbeeld op grond van contractuele afspraken of statutaire voorzieningen. Het gaat om de vraag of er sprake is van integratie in een groep.

Stap 2 Economische eenheid

De organisatorisch verbonden rechtspersonen en vennootschappen dienen gezamenlijk een economische eenheid te vormen. Dit criterium is afkomstig uit het jaarrekeningenrecht waarin als uitgangspunt geldt dat over een eenheid verslag wordt uitgebracht als zij een zodanige economische samenhang heeft dat verslaggeving daarover zinvol is.

Stap 3 Centrale leiding

Het is van belang voor de kwalificatie als groep dat er sprake is van een centrale leiding. Zonder een centrale leiding kan organisatorische verbondenheid niet tot een economische eenheid leiden. Het uitgangspunt is het bestaan van een hiërarchische organisatiestructuur. De economische eenheid dient onder een gezamenlijke leiding te staan. Het gaat om het feitelijk uitoefenen van zeggenschap en niet om het kunnen uitoefenen van zeggenschap zoals van belang voor het begrip dochtermaatschappij.

Het is – onder voorwaarden – toch mogelijk om ook op individueel werkmaatschappijniveau aanspraak te kunnen maken op de NOW-regeling. Deze uitzondering is alleen van toepassing als de hele groep in totaal niet aan een 20% omzetdaling komt (en dus als groep geen recht heeft op NOW-subsidie) maar een of meerdere groepsmaatschappijen wel.

In dat geval moet per individuele aanvraag aan een drietal extra voorwaarden worden voldaan:

  • het concern – waar de werkmaatschappij deel van uitmaakt – moet verklaren over 2020 geen dividend of bonussen uit te zullen keren of eigen aandelen zal terugkopen tot aan de datum waarop de jaarrekening 2020 wordt vastgesteld;
  • de werkmaatschappij(en) die de NOW-aanvraag doen moeten een overeenkomst hebben gesloten met de betrokken vakbonden of andere relevante werknemersvertegenwoordigers over werkbehoud binnen het concern; en
  • concerns met een personeels-bv mogen geen beroep doen op deze uitzondering. Een werkmaatschappij kan alleen NOW-aanvragen als deze zelf personeel in dienst heeft én omzet genereert.

Ter voorkoming van strategisch gedrag gelden in dit geval nog een aantal controlewaarborgen:

  1. De andere werkmaatschappijen mogen geen werkzaamheden uitvoeren die ten koste gaan van de subsidie vragende werkmaatschappij en er mogen ook geen werkzaamheden worden overgedragen aan andere werkmaatschappijen.
  2. Als werknemers worden uitgeleend aan andere groepsmaatschappijen dan wordt het omzetverlies bij de subsidievrager met de waarde van die werkzaamheden verkleind.
  3. Het – eventueel van toepassing zijnde – transferpricing systeem mag niet worden aangepast.
  4. Mutaties aan de voorraad gereed product worden aan de omzet van de subsidievrager toegerekend (dit ter voorkoming van het schuiven met voorraden).

Voor NBBU-leden zijn met name de voorwaarden 1 en 2 van belang.

Sommige werkgevers hebben meerdere loonheffingennummers (hun eerste loonheffingennummer eindigt dan meestal op L01, het tweede op L02, enzovoort). Deze werkgever zal meerdere aanvragen moeten indienen als hij voor zijn hele loonsom subsidie wil aanvragen, namelijk per loonheffingennummer. De subsidiabele loonsom zal dus vastgesteld worden per loonheffingennummer. De werkgever dient wel de omzetdaling op te geven die hij verwacht voor de gehele onderneming. Hij vult dus bij elke aanvraag dezelfde omzetdaling en dezelfde referentieperiode in.

Voorschot op de subsidie

Het voorschot bedraagt 80% van het bedrag van de subsidie. Het voorschot wordt betaald in ten hoogste drie termijnen. Het voorschot wordt gebaseerd op de loonaangifte van januari 2020.

Rekenvoorbeeld:
bij 100% omzetdaling: De loonsom waarop het voorschot is gebaseerd is € 200.000. Het verwachte subsidiebedrag is € 200.000 x 90% = € 180.000. Als voorschot wordt daarvan 80% uitgekeerd, ofwel € 144.000. Als de loonsom over de maanden maart-april-mei is gedaald tot € 110.000, omdat de werkgever de lonen van werknemers met een flexibele arbeidsomvang niet heeft doorbetaald, wordt daar bij de uiteindelijke vaststelling van de subsidie rekening mee gehouden. De daling van de loonsom, maal 90%, wordt afgetrokken van het subsidiebedrag. Het uiteindelijke subsidiebedrag wordt dus € 180.000 – € 90.000 x 90% = € 99.000. Dat betekent een terugvordering van € 45.000.

Als de loonsom over de maanden maart-april-mei niet is gedaald maar € 200.000 is gebleven, wordt bij de uiteindelijke vaststelling van de subsidie uitgegaan van 90% van de oorspronkelijke loonsom, dus van 90% van € 200.000 = € 180.000. De vastgestelde subsidie is dus hoger en er volgt een nabetaling van € 36.000.

Zodra positief op de aanvraag is beslist zal de subsidie verleend worden en een voorschot verstrekt worden van 80% van de verleende subsidie zoals deze wordt berekend op basis van de bij de aanvraag geleverde gegevens over de verwachte omzetdaling en de loonsom over de maand januari 2020. Er geldt een beslistermijn van 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. In de praktijk wordt ernaar gestreefd om de betaling van het voorschot binnen 2 à 4 weken na ontvangst van de volledige aanvraag te realiseren. De verstrekking van het voorschot vindt plaats in drie termijnen. Vooruitlopend op de uiteindelijke vaststelling van de subsidie voor de loonkosten wordt door deze voorschotverlening substantieel bijgedragen aan het voorkómen van liquiditeitsproblemen die de verplichting voor de werkgever om het volledige loon door te betalen belemmeren.

Verplichtingen bij de subsidie

Als subsidie wordt verleend gelden de volgende verplichtingen:

  • De werkgever is verplicht de loonsom zo veel mogelijk gelijk te houden.
  • De werkgever vraagt na 18 maart geen ontslagvergunning aan bij UWV wegens bedrijfseconomische gronden (als dit wel gebeurt wordt het loon van deze werknemers meegenomen in de loonsom, en verhoogd met 50%).
  • De werkgever is verplicht de subsidie aan te wenden voor het betalen van de loonsom.
  • De werkgever is verplicht de ondernemingsraad, personeelsvertegenwoordiging, of bij ontbreken daarvan, de werknemers te informeren over de subsidieverlening.
  • De werkgever voert een controleerbare administratie, welke tot vijf jaar na datum vaststelling subsidie ingezien kan worden.
  • De werkgever doet loonaangifte op de voorgeschreven momenten.
  • De werkgever meldt direct (schriftelijk) indien er andere omstandigheden zijn die van invloed kunnen zijn op de subsidie.
  • De werkgever geeft na afloop van de periode waarover subsidie is verleend een definitieve opgave van de omzetdaling met daarbij een accountantsverklaring.
  • Werkgever werkt tot 5 jaar na vaststelling subsidie mee aan eventueel onderzoek.


Moet er altijd een accountantsverklaring mee worden gestuurd?
Er wordt naar gestreefd om binnen vier weken na publicatie van de regeling duidelijkheid te geven over onder welke grens een accountantsverklaring niet is vereist en indien een accountantsverklaring is vereist wat voor soort accountantsverklaring dat is. Zo is het mogelijk om bijvoorbeeld voor kleine subsidiebedragen, of voor ondernemingen met een hele kleine loonsom, geen accountantsverklaring te eisen, als op een andere wijze het omzetverlies voldoende aannemelijk is gemaakt of op andere wijze de controle heeft plaatsgevonden.

  • Binnen 24 weken na afloop van de aaneengesloten periode van drie maanden vraagt werkgever vaststelling van de subsidie aan
  • Bij de aanvraag wordt meegezonden: Definitieve gegevens omzetdaling
  • Accountantsverklaring
  • Verklaring dat is voldaan de verplichtingen
  • Subsidie wordt vastgesteld aan de hand van de rekenmethode
  • Subsidie wordt uiterlijk 22 weken na ontvangst van de aanvraag vastgesteld

Weigeringsgronden

  • Het is niet of onvoldoende aannemelijk dat de omzetdaling ten minste 20% is.
  • Rekeningnummer van de aanvraag correspondeert niet met rekeningnummer dat hoort bij loonheffingsnummer.
  • Er zijn geen loongegevens bekend in de polisadministratie over de volgende aangiftetijdvakken: januari 2020 of november 2019.
  • De aanvraag voldoet niet aan de eisen.

Op de website van de Rijksoverheid vindt u een uitgebreide pagina met vragen en antwoorden over de NOW-regeling.

Veelgestelde vragen over NOW-regeling op website Rijksoverheid

Bekijk de volledige Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid

De NBBU heeft de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) als volledige download voor u op de website geplaatst.