Ga naar de inhoud

Marco Bastian (NBBU): ‘Professionalisering als onderscheidend vermogen is een grote kans in 2026’

NBBU-directeur Marco Bastian blikt terug op het jaar dat achter ons ligt en trekt lijnen door naar 2026. Wat kan de markt verwachten? Waar moeten arbeidsmarktbemiddelaars rekening mee houden? En in welke richting beweegt de arbeidsmarkt als geheel? “2026 wordt een jaar met enorme impact.”

“De grootste directe impact zit in de praktische uitvoering en uitwerking van nieuwe afspraken over arbeidsvoorwaarden en beloning. Dat vraagt dat je als intermediair per inlener precies weet hoe zijn arbeidsvoorwaarden in elkaar zitten, welke toeslagen gelden, welke vergoedingen structureel zijn en hoe je dat foutloos door vertaalt naar arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten, salarisverwerking en facturatie. Daarnaast kunnen intermediairs nog meer impact verwachten uit nieuwe wetten die eraan komen, zoals de Wtta, de Wmzf en de wetgeving rond zzp.”

Als je terugkijkt op 2025 in de flexibele arbeidsmarkt: wat sprong er voor jou het meest uit?

“De paradox. De krapte bleef onverminderd groot en het was voor werkgevers essentieel om schaarse mensen te vinden en te binden. Maar tegelijk wordt de ruimte om flex slim en goed in te zetten kleiner door beleid, wet- en regelgeving en sentiment. Arbeidsmarktintermediairs hebben alle expertise in huis om hun opdrachtgevers te helpen bij het vinden van de juiste mensen, maar de belemmeringen om hen in te zetten worden steeds groter. De mensen van de NBBU hebben afgelopen jaar een enorme hoeveelheid werk verzet om onze leden hierbij te ondersteunen. Zeker rond de nieuwe cao hebben zij ontwikkelingen onder grote druk razendsnel uitgewerkt in praktische handvatten en adviezen. Dat is een groot compliment waard.”

In 2025 gaf je aan dat de overheid arbeidsmarktbemiddelaars als ‘tweederangs werkgevers’ behandelt. Waaruit blijkt dat?

“Het is wat scherp geformuleerd, maar het raakt wel een onderstroom. In 2025 zag je dat de overheid, maar ook diverse partijen in de polder, flex in het gunstigste geval benaderen als een soort noodzakelijk kwaad. En dat terwijl diezelfde organisaties die zo naar de arbeidsmarkt kijken zelf worstelen met bezetting, continuïteit en specialistische schaarste. Dat wringt. Als je van de markt verwacht dat die krapte oplost, dan moet je bemiddeling en goed flex-werkgeverschap niet tegelijk verdacht maken. De sector heeft de afgelopen jaren juist geïnvesteerd in compliance, scholing en duurzame inzetbaarheid.”

Ondanks dit krachtenveld kwam er een nieuwe uitzend-cao, die grote verbeteringen met zich meebrengt voor uitzendkrachten.

“Zeker. En dat is een grote verdienste van de uitzendsector! Met deze cao lopen we vooruit op de Wet meer zekerheid flexwerkers (Wmzf). Uitzendkrachten krijgen voortaan een beloning die gelijkwaardig is aan die van hun collega’s in vaste dienst. Daarmee is ook een wens van de vakbonden vervuld, hoewel die zich op het laatste moment niet aan deze afspraken wilden committeren.”

De nieuwe cao geldt per 1 januari 2026. Dat betekent dat iedere uitzendondernemer op de tijd de nieuwe bepalingen van de cao moet hebben geïmplementeerd. Daarmee is het voor hem of haar nog niet afgelopen.

“Allerminst. In november 2025 stemde de Eerste Kamer in met de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta). Dat betekent: uitlenen mag straks alleen nog als je bent toegelaten. De wet gaat op 1 januari 2027 in en de Nederlandse Arbeidsinspectie gaat handhaven vanaf 1 januari 2028. Bovendien moeten uitleners zich vóór 1 januari 2027 melden bij de nieuw op te richten Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, de NAU. Komend jaar is dus een ‘voorportaal’, want de NAU start vanaf 2026 met werkzaamheden zoals het openen van het aanmeldloket en het aanwijzen van inspectie-instellingen.”

Dus 2026 is het jaar waarin je opnieuw grote voorbereidingen moet treffen?

“Ja, 2026 is een implementatiejaar: processen, documentatie, ketenbeheersing, kwaliteitsdossiers, alles. De Wtta vraagt onder meer om een VOG en een waarborgsom. En je moet aantonen dat je wet- en regelgeving naleeft, zoals het uitbetalen van het wettelijk minimumloon. Dit raakt aan al je bedrijfsprocessen: hoe je verkoopt, hoe je contracteert en hoe je samenwerkt met onderaannemers en leveranciers.”

En dan ligt er ook nog het zzp-dossier en schijnzelfstandigheid. Wat betekent dit voor 2026?

“In 2025 begon de Belastingdienst met volledig handhaven op schijnzelfstandigheid. Vorig jaar gold nog als overgangsperiode waarin nog geen vergrijpboetes werden opgelegd. Op de valreep volgde in december het bericht dat er een ‘gedeeltelijke verlenging van de zachte landing voor de handhaving op schijnzelfstandigheid’ komt. Mede door druk van de NBBU ging het kabinet op belangrijke punten alsnog overstag. In heel 2026 worden geen verzuimboetes opgelegd wanneer schijnzelfstandigheid wordt vastgesteld. Zo worden goedwillende ondernemers niet direct financieel gestraft. Handhaving begint daarnaast in principe met een bedrijfsbezoek en niet met een boekenonderzoek. Dit biedt ruimte om de praktijk van bemiddeling, de rolverdeling in de keten en de uitvoering van opdrachten uit te leggen, zonder dat er direct sancties volgen. Dit sluit beter aan bij de realiteit, waar constructies vaak maatwerk zijn en niet altijd eenvoudig binnen zwart-witcriteria passen.”

Biedt 2026 ook nog kansen?

“Professionalisering als onderscheidend vermogen is zeker een kans. Voor partijen die aantoonbaar waarde toevoegen, biedt dit mogelijkheden: risico’s wegnemen, transparant zijn over beloningen en voorwaarden, kandidaten perspectief bieden en inleners helpen met hun ‘workforce planning’, daarmee onderscheid je je als intermediair in een krappe markt. Leden van de NBBU bieden deze expertise en vinden bij ons de informatie om hun kennis op peil te houden.”

Stel, je spreekt een uitzender of zzp-bemiddelaar die dit interview leest. Waar moeten zij in 2026 vooral níet meer mee wachten?

“Met de vertaalslag naar uitvoering. 2026 vraagt dat je per inlener exact weet wat ‘gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden’ in de praktijk betekenen en dat je systemen dat kunnen dragen. Datzelfde geldt voor de komst van de Wtta: je dossiers op orde, je keten onder controle, je bewijsvoering gereed. En op zzp: een helder kader, zodat je adviseert op inhoud. Als je dit in 2026 goed doet, kun je alle nieuwe regelgeving benutten om vertrouwen te winnen en inleners in een turbulente markt te ondersteunen met goed personeel.”