Ga naar de inhoud

Uitwerking NOW 2 regeling

Het kabinet publiceert donderdag 25 juni de nieuwe NOW-regeling met daarin de voorwaarden van deze subsidie uit het tweede noodpakket (juni t/m september). Bedrijven kunnen naar verwachting de NOW-subsidie vanaf 6 juli bij UWV aanvragen. De NOW uit het tweede noodpakket is een voortzetting van het eerste noodpakket, maar kent enkele wijzigingen. Bekijk hier de uitwerking van de NOW 2-subsidie.

Wat is er veranderd ten opzichte van de NOW 1?

De subsidie wordt verleend over de maanden juni, juli en augustus 2020. Aanvragen kunnen gedaan worden vanaf 6 juli 2020 tot en met 31 augustus 2020. De werkgeverslasten worden verhoogd van 30% naar 40%. De referentiemaand voor de loonsom wordt maart 2020, in plaats van januari 2020. Ook voor de lopende regeling wordt maart ook als uitgangspositie genomen als de loonsom in maanden maart-mei hoger is dan in januari-maart. Dit wordt automatisch gedaan bij de subsidievaststelling van aanvragers bij wie dit voordelig uitpakt. Dat werkt als volgt: Indien de loonsom van maart tot en met mei hoger is dan de loonsom van driemaal januari wordt de loonsom van maart tot en met mei als uitgangspunt genomen voor de berekening van de subsidievaststelling. De hoogte van de subsidie wordt in dat geval gemaximeerd op 3 maal de loonsom van maart. De omzetdaling wordt vastgesteld over een 4-maandsperiode. Deze periode start op 1 juni, 1 juli of 1 augustus 2020 (en gaat dus over juni-juli-augustus-september 2020, juli-augustus-september-oktober 2020 of augustus-september-oktober-november 2020). Als er voor de tweede keer NOW wordt aangevraagd moet de omzetperiode aansluiten op de periode die is gebruikt voor de eerste aanvraag. Voor het berekenen van de referentieomzet van 2019 wordt de jaaromzet van 2019 gedeeld door 3. Bij gebruik maken van de NOW-regeling 2.0 mag er geen winstuitkering aan aandeelhouders gedaan worden, geen bonussen uitkeren aan directie en bestuur en geen eigen aandelen inkopen. Als er ontslag om bedrijfseconomische redenen plaats vindt, wordt de loonsom niet meer verhoogd met 50% (bij aanvragen van 1 juni 2020 tot en met 31 augustus 2020). Het totale subsidiebedrag wordt met 5% verhoogd, tenzij er overeenstemming is met de werknemersvertegenwoordiging. Als er voor meer dan 20 werknemers bedrijfseconomisch ontslag aangevraagd wil worden, dient overleg met de vakbonden plaats te vinden. Hierop zijn de voorwaarden van de Wet Melding Collectief ontslag van toepassing. Als de loonsom in zijn totaliteit daalt vindt er nog steeds verrekening van de subsidie plaats. Bij gebruik van de NOW-regeling 2.0 stimuleren werkgevers hun werknemers om aan bij- en omscholing te gaan doen. Hierover moet een verklaring afgegeven worden. Hiervoor wordt door het kabinet ondersteuning uitgetrokken in het platform NLleertdoor. Vanaf juli kunnen mensen hier kosteloos online scholing en ontwikkeladviezen volgen. De scholing zelf is geen onderdeel van de regeling, de inspanningsverplichting van de werkgever is dat wel. Zoals ook in de eerste NOW-regeling, tellen subsidies mee als omzet. Dit geldt ook voor covid-19 subsidies, met uitzondering van de NOW-subsidies. De vaststelling van de eerste subsidieperiode kan aangevraagd worden vanaf 7 oktober 2020. De vaststelling van de tweede subsidieperiode kan na 15 november aangevraagd worden.

Doel en voorwaarden van de NOW-regeling

Tegemoetkoming van werkgevers die te maken hebben met acute omzetterugval van ten minste 20% gedurende vier maanden, zodat zij werknemers in dienst kunnen houden.

Iedere ondernemer die in de periode 1 juni – 30 november 2020 4 aaneengesloten kalendermaanden een omzetverlies van 20% verwacht kan per loonheffingnummer een aanvraag doen. Subsidie wordt gegeven over de loonsom van 1 juni – 30 september 2020, ongeacht welke viermaandsperiode gehanteerd wordt voor het vaststellen van omzetverlies.

Als een ondernemer gebruik heeft gemaakt van de NOW 1, dan wordt de aansluitende omzetperiode gehanteerd.

Voorbeeld: In de NOW 1 is een ondernemer uitgegaan van een omzetdaling van 20% in de maanden april-mei-juni 2020. De ondernemer wil ook gebruik maken van de NOW 2. Voor deze aanvraag worden dan de maanden juli-augustus-september-oktober 2020 gehanteerd voor het omzetverlies van 20%.

Omzet en omzetdaling

Grote en middelgrote rechtspersonen
Voor grote en middelgrote rechtspersonen wordt uitgegaan van de netto-omzet. Daarbij gaat het om de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de rechtspersoon onder aftrek van kortingen en dergelijke van over de omzet geheven belasting. Opbrengsten zijn baten die ontstaan bij de uitvoering van de normale activiteiten van een onderneming. Dit betekent dat omzet wordt verantwoord als de activiteiten betrekking hebben op de levering van goederen of diensten voor een specifieke klant waarmee een (verkoop)contract is gesloten. Voor de definitie van omzet wordt aangesloten bij de omzetdefinitie in het jaarrekeningenrecht. Grote en middelgrote rechtspersonen hebben deze netto-omzet doorgaans paraat omdat dit altijd al verantwoord moet worden in de jaarrekening (al dan niet in de vorm van een verhoudingscijfer).

Micro- en kleine rechtspersonen en ondernemingen die geen rechtspersoon gebruiken
Micro- en kleine rechtspersonen en ondernemingen die geen rechtspersoon gebruiken mogen de fiscale netto-omzet hanteren die zij ook gebruiken voor hun aangiften omzetbelasting bij de Belastingdienst.

Indien er gefactureerd wordt, doordat het contract met de onderneming waar de werknemers werk verrichten doorloopt, is er geen sprake van omzetverlies. Er wordt hierbij geen rekening gehouden met een eventuele betalingstermijn van een factuur of met problemen met het innen van deze facturen.

De werkgever moet een omzetdaling hebben van ten minste 20%, naar keuze in de meetperiode:

  • 1 juni t/m 30 september 2020, of
  • 1 juli t/m 31 oktober 2020, of
  • 1 augustus t/m 30 november 2020

De keuze voor de meetperiode moet gemaakt worden bij de aanvraag en kan later niet meer worden aangepast.

Om de omzetdaling aan te tonen vergelijken ondernemers een derde (33%) van hun jaaromzet (zie hiervoor) van 2019 met deze periode. Verkregen subsidies en andere bijdragen uit de publieke middelen worden gelijkgesteld met omzet. De jaaromzet van 2019 wordt hiervoor gedeeld door 3.

Indien uit deze vergelijking blijkt dat de omzetdaling groter is dan 20% (ten opzichte van 2019) kan de subsidieregeling worden toegepast.

Omzetdaling geldt voor Nederlandse rechtspersonen en vennootschappen en buitenlandse rechtspersonen en vennootschappen met werknemers die in Nederland sociaal verzekerd zijn. Als er buitenlandse rechtspersonen en vennootschappen zijn met werknemers die niet in Nederland sociaal verzekerd zijn, dan mag de omzetdaling van deze rechtspersonen en vennootschappen niet meegenomen worden in de totaalberekening.

De subsidie over de loonsom wordt gegeven over de periode 1 juni 2020 – 30 september 2020, ongeacht welke viermaandsperiode de ondernemer gebruikt voor het aantonen van de omzetdaling. Een werkgever hoeft niet aan te tonen in welke mate de coronacrisis bijdraagt aan de omzetdaling.

Rekenvoorbeeld 1:
Een werkgever had een omzet in 2019 van gemiddeld € 100.000 per maand, ofwel € 1.200.000 over het gehele jaar. In de periode van 1 juli 2020 tot en met 31 oktober 2020 – in dit voorbeeld de periode waarover de werkgever heeft aangegeven zijn omzetdaling berekend wil hebben – is zijn omzet gemiddeld € 70.000 per maand, ofwel € 280.000 over de gehele periode. In dit geval is de omzetdaling:

(€ 1.200.000 / 3) – € 280.000
(€ 1.200.000 / 3)                              = 0,30 = 30%

Rekenvoorbeeld 2:
Een werkgever start zijn onderneming op 17 juli 2019. Zijn in aanmerking te nemen omzet vanaf 1 augustus 2019 tot en met 29 februari 2020 bedraagt in totaal € 140.000. In de maanden juli tot en met oktober 2020 – in dit voorbeeld de periode waarover de werkgever heeft aangegeven zijn omzetdaling berekend wil hebben – is zijn omzet gemiddeld € 10.000 per maand, ofwel € 40.000 over de gehele periode. In dit geval wordt de omzet over deze 7 maanden (augustus 2019 tot en met februari 2020) naar rato omgezet naar 4 maanden (€ 140.000 / 7 x 4 = € 80.000). Dat is de referentie-omzet. In dit geval is de omzetdaling:

€ 80.000 – € 30.000
€ 80.000                              = 0,6250 = 61%

Als een ondernemer is gestart na 1 januari 2019 maar voor 2 februari 2020 (dus uiterlijk op 1 februari 2020) wordt de berekening van de omzet als volgt gedaan. Tel het aantal volledige kalendermaanden na de start van de onderneming tot en met februari 2020 bij elkaar op en reken dat om naar een 4-maandsperiode.

Rekenvoorbeeld:
Een onderneming is gestart op 17 augustus 2019. De omzet van september 2019 tot en met februari 2020 wordt bij elkaar opgeteld. Dit bedrag wordt gedeeld door 7 maanden en vermenigvuldigd met 4 om tot een 4-maandsperiode te komen.

Indien een onderneming een andere onderneming heeft overgenomen na 1 januari 2019 tot en met 1 februari 2020 is er veelal geen sprake van omzetdaling van de referentieomzet ten opzichte van een derde van de omzet van 2019. Daarom wordt voor ondernemingen die een overname hebben gedaan aangesloten bij de bepaling van de omzetdaling van de startende onderneming. De referentieomzet wordt daarmee de eerste volledige kalendermaand na de overname tot en met 29 februari 2020, gedeeld door het aantal kalendermaanden dat de nieuwe onderneming actief is, maal 4.

Heeft een overname plaatsgevonden na 1 februari 2020, dan kan deze regeling niet toegepast worden. Er zit dan geen kalendermaand meer tussen het moment van overname en de uiterlijke datum van 29 februari 2020.

Subsidiehoogte

De formule voor het vaststellen van de subsidie is: A x B x 4 x 1,4 x 0,9

4: Het gaat over 4 maanden subsidie, terwijl B voor één maand is
1,4: vermeerdering werkgeverslasten met 40%
0,9: 90% subsidie

A: percentage omzetdaling
B: totale loonsom van werknemers waarvoor werkgever loon heeft uitbetaald in het derde aangiftetijdvak van 2020 of november 2019

  • Indien er per 4 weken verloond wordt, wordt uitgegaan van het loon in het twaalfde aangiftetijdvak van 2019, vermeerderd met 8,33%
  • Als er geen sprake is van aangifte per vier weken of per maand, wordt het loon van de werknemer herleid naar een loon per aangiftetijdvak van één maand
  • De loonsom wordt verminderd met uitkeringen die UWV door tussenkomst van de werkgever heeft uitbetaald
  • Uitbetaling vakantiebijslag wordt niet meegenomen bij de vaststelling van de loonsom, met uitzondering van de uitbetaling van het vakantiegeld als een werkgever die niet gereserveerd heeft
  • Loonsom wordt vermenigvuldigd met 0,926 als er geen vakantiegeld wordt gereserveerd in de loonadministratie
  • Het loon van een werknemer wordt gemaximeerd op € 9.538 per tijdvak. Dit vindt plaats na eerdere verminderingen

Het is bovendien een algemeen bedrag dat aan de werkgever wordt toegekend. Het ziet niet specifiek op het arbeidsurenverlies van de individuele werknemers.

Werkgeverslasten worden geforfaiteerd op 40%. Let op: het kan zijn dat uw werkgeverslasten hoger liggen dan 40%. Het kabinet heeft er voor gekozen een vast percentage te hanteren om de hoogte van de subsidie te berekenen.

Rekenvoorbeeld:
Voor de berekening van het voorschot worden de volgende gegevens gebruikt: omzetdaling van 0,4 (40%), vermenigvuldigd met een loonsom van € 100.000, vermenigvuldigd met 4, vermenigvuldigd met 1,4, vermenigvuldigd met 0,9. De uitkomst is een bedrag van € 201.600 voor de periode van 1 juni tot en met 30 september 2020. Hiervan wordt 80% uitgekeerd als voorschot, te weten € 161.280.

Het percentage van 90% van de totale loonsom is een maximumpercentage dat zal worden uitbetaald bij een omzetdaling van 100%. Is de omzetdaling lager, dan zal de subsidie evenredig lager worden vastgesteld. Bij een omzetdaling van 50% bedraagt de subsidie 45% (= 50% van 90%) van de loonsom en bij een omzetdaling van 20% bedraagt de subsidie 18% (= 20% van 90%), etc.

Bij het vaststellen van de uiteindelijke subsidie wordt gekeken naar de loonsom zoals deze is opgegeven door de werkgever in de aangiftetijdvakken. Als de loonsom lager is dan de loonsom in maart 2020 wordt de subsidie als volgt verlaagd:

(B x 4 – C) x 1,4 x 0,9

C is hierbij de daadwerkelijke loonsom over de periode van 1 juni t/m 30 september 2020. Als een werkgever loonaangifte per vier weken doet wordt de loonsom bij C verhoogd met 8,33%. Lees hier ook meer over bij ‘Hoe wordt omgegaan met een loonaangiftetijdvak van 4 weken?’

Rekenvoorbeeld:
Een werkgever heeft in de berekening van het voorschot, waarbij wordt uitgegaan van het tijdvak maart 2020, € 1.000.000 loonsom en een verwacht omzetdaling van 50%. Dat leidt tot een verwachte vaststelling van de subsidie van (0,5 x € 1.000.000 x 4 x 1,4 x 0,9) = € 2.520.000 in totaal. Hiervan krijgt de werkgever een voorschot van € 2.016.000.

De gerealiseerde omzetdaling is 50%. De uiteindelijke loonsom over de maanden juni, juli, augustus, september 2020 is € 3.200.000 euro. Het verschil in loonsom (gemiddeld € 200.000 per maand minder) wordt als volgt verwerkt in de vaststelling.

Het eerste deel van de subsidie wordt vastgesteld zoals verwacht, € 2.520.000 in totaal. Aangezien de loonsom met in totaal € 800.000 zijn gedaald, wordt het bedrag van de subsidie verminderd. Deze vermindering is ((€ 1.000.000 x 4) – € 3.200.000) x 1,4 x 0,9 = € 1.008.000. De subsidie wordt dus vastgesteld op € 2.520.000 – € 1.008.000 = € 1.512.000 en er wordt € 2.016.000 – € 1.512.000 = € 504.000 teruggevorderd.

Er vindt hierbij geen correctie plaats voor omzetverlies. Hiervoor is gekozen vanuit de gedachte dat de werkgever met X% omzetverlies ook voor diezelfde X% van zijn loonsom subsidie nodig heeft. Anders gezegd: als omzet en loonsom met hetzelfde percentage dalen, zal de werkgever de overgebleven loonsom moeten betalen met de overgebleven omzet en dient er geen recht op subsidie te bestaan.

  • Binnen 38 weken na afloop van de aaneengesloten periode van vier maanden vraagt werkgever vaststelling van de subsidie aan
  • Bij de aanvraag wordt meegezonden: Definitieve gegevens omzetdaling
  • Accountantsverklaring of verklaring financieel adviseur (indien nodig; zie ‘Wanneer is een accountantsverklaring of een verklaring van een financieel adviseur nodig?’)
  • Verklaring dat is voldaan de verplichtingen
  • Subsidie wordt vastgesteld aan de hand van de rekenmethode

Subsidie wordt uiterlijk 22 weken na ontvangst van de aanvraag vastgesteld

Voor de vaststelling van de NOW-subsidie wordt een accountantsverklaring verplicht voor bedrijven die in totaliteit een voorschot van meer dan 100.000 euro hebben ontvangen. Ook bij een vaststelling van de totale subsidie van 125.000 euro of meer is een accountantsverklaring vereist. Indien bij de vaststelling alsnog een accountantsverklaring vereist is moet deze binnen 14 weken overlegd worden. Er komt een online tool om te bepalen of er een accountantsverklaring vereist is.

Wanneer er geen accountantsverklaring benodigd is, kan er ook controle plaatsvinden. De werkgever moet dan aan de volgende voorwaarden voldoen: met betrekking tot de omzet en de loonsom moet een zodanig controleerbare administratie worden gevoerd dat achteraf gecontroleerd kan worden of de subsidie terecht is verstrekt.

Ook heeft de werkgever de plicht om direct te melden als het duidelijk is dat hij niet langer aan de verplichtingen van de subsidie kan voldoen.

Als er een voorschot is ontvangen van meer dan 20.000 euro, of een subsidievaststelling van meer dan 25.000 euro, dient er een verklaring van een derde te worden overlegd die de omzetdaling bevestigd. Dit kan bijvoorbeeld een administratiekantoor of financieel adviseur zijn.

Deze bedragen worden vastgesteld op het niveau van een natuurlijk persoon, rechtspersoon of concern.

Uitgegaan wordt van het sociale verzekeringsloon uit tegenwoordige dienstbetrekkingen. Ook aanvullende lasten en kosten zoals onder andere werkgeverspremies en werknemersbijdragen aan pensioen en de opbouw van vakantiebijslag worden gecompenseerd.

Met het loon wordt gedoeld op het loon voor de sociale verzekeringen op grond van artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen (hierna: SV-loon), en wel alleen voor zover het gaat om loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Het SV-loon is behoudens enkele uitzonderingen gelijk aan het loon overeenkomstig de Wet op de loonbelasting 1964. Doordat met deze omschrijving loon uit vroegere dienstbetrekkingen is uitgesloten, geldt dat uitkeringen – op een tweetal uitzondingen na – in principe ook niet worden meegenomen in de berekening van de loonsom. De twee uitzonderingen hierop zijn: Ziektewetuitkeringen en uitkeringen op grond van de Wet arbeid en zorg, in de eerste twee jaren. Deze uitkeringen worden namelijk in de eerste twee jaren aangemerkt als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en vallen daarmee wel onder het begrip ‘loon’.

Er dient dan naast de Ziektewetuitkering een dienstbetrekking te bestaan, waarmee dit onder de witte tabel valt. Sinds 1-1-2020 vallen Ziektewetuitkeringen onder de groene tabel (loon uit vorige dienstbetrekking) en deze worden niet meegenomen in het bepalen van de hoogte van de loonsom.

AOW-gerechtigde werknemers zijn verzekerd voor de Ziektewet en vallen daarmee onder het SV-loon.

Vakantiebijslag
Uitbetaalde vakantiebijslag (bijvoorbeeld bij de betaling in januari 2020 van vakantiebijslag, indien een betrokken werknemer uit dienst treedt) wordt niet meegenomen in de loonsom bij de definitieve vaststelling. Werkgevers die geen vakantiebijslag reserveren worden hierbij uitgezonderd.

Bij werkgevers die geen vakantiebijslag reserveren vindt in de definitieve vaststelling van de loonsom een correctie plaats van vermenigvuldigingsfactor 0,926 (=100/108, met afronding).

Sommige werkgevers doen geen loonaangifte per maand, maar per vier weken. In dat geval wordt het loon over vier weken omgerekend naar het loon over een maand door het te verhogen met 8,33%. Als benadering van de loonsom in juni, juli, augustus en september 2020 worden de vierwekentijdvakken genomen die de meeste overlap hebben met die maanden, te weten het zesde tot en met negende tijdvak van 2020 (18 mei tot en met 6 september 2020).

Vakantiebijslag
Uitbetaalde vakantiebijslag (bijvoorbeeld bij de betaling in januari 2020 van vakantiebijslag, indien een betrokken werknemer uit dienst treedt) wordt niet meegenomen in de loonsom bij de definitieve vaststelling. Werkgevers die geen vakantiebijslag reserveren worden hierbij uitgezonderd.

Bij werkgevers die geen vakantiebijslag reserveren vindt in de definitieve vaststelling van de loonsom een correctie plaats van vermenigvuldigingsfactor 0,926 (=100/108, met afronding).

De NOW voorziet echter ook in tegemoetkoming in de loonkosten van werkgevers wanneer zij meer loon betalen aan de werknemers met een flexibele arbeidsomvang dan waar zij wettelijk toe verplicht zijn. De NOW stimuleert de werkgever daarmee om in de situatie waar geen loondoorbetalingsverplichting bestaat op grond van de wet, toch uit coulance het loon door te betalen. In de loonsom die wordt gebruikt voor de vaststelling van de NOW worden namelijk ook de lonen van werknemers met een flexibele urenomvang meegenomen. Dit werkt als volgt. Het voorschot dat in het kader van de NOW wordt verstrekt, is (behoudens uitzonderingen) gebaseerd op de loonsom over het aangiftetijdvak maart 2020. Als de loonsom over de maanden juni-juli-augustus-september lager is, wordt de hoogte van de subsidie 90% van het bedrag waarmee de loonsom is gedaald. Kiest de werkgever ervoor om de lonen van werknemers met flexibele arbeidsomvang door te betalen ter hoogte van het gemiddelde loon in maart 2020 (of, als daar geen gegevens over beschikbaar zijn, november 2019), dan tellen deze lonen mee bij de vaststelling van de subsidie. Als de werkgever minder betaalt, daalt de loonsom over de maanden juni-juli-augustus-september en wordt de subsidie lager vastgesteld. Dit kan leiden tot een terugvordering. Een hogere loonsom in de maanden juni-juli-augustus-september leidt niet tot een hogere vaststelling van de subsidie.

Als de ondernemer in de periode van 30 mei 2020 tot en met 30 september 2020 een melding doet van een ontslag van 20 of meer werknemers op bedrijfseconomische gronden moet er afstemming zijn met een werknemersvertegenwoordiging. Als er meerdere belanghebbende vakbonden zijn, moet de werkgever met al deze vakbonden overeenstemming hebben. Is deze overeenstemming er niet, dan wordt het totale subsidiebedrag verlaagd met 5%.

Als er geen overeenstemming plaatsvindt tussen de werkgever en werknemersvertegenwoordiging kan door beide partijen de Stichting van de Arbeid verzocht worden om de ontslagaanvraag te beoordelen. Dan vindt de verlaging van de subsidie ook niet plaats.

Als er het voorschot van de NOW 2 meer dan 100.000 euro bedraagt, of de definitieve subsidie meer dan 125.000 euro is, mag er geen dividend worden uitgekeerd aan aandeelhouders. Ook mogen er geen bonussen/winstdelingen worden gegeven aan de Raad van Bestuur, bestuur en directie van het concern.

Als een ondernemer NOW-2 aanvraagt is deze verplicht de werknemers te stimuleren een ontwikkeladvies aan te vragen of deel te nemen aan scholing. Werkgevers kunnen dit in hun huidige scholingsbeleid opnemen of bespreken met de ondernemingsraad/personeelsvertegenwoordiging. De scholing zelf is geen verplichting, de inspanning wel. Het kabinet heeft daarom ook het crisispakket ‘NL leert door’ in het leven geroepen waarin middelen beschikbaar komen.

Subsidieaanvraag

U kunt vanaf 6 juli 2020 t/m 31 augustus 2020 NOW 2-subsidie aanvragen bij UWV.

Houdt u deze gegevens bij de hand:

  • uw bedrijfsgegevens: naam, adres, telefoonnummer, e-mail, gegevens contactpersoon .
  • als u werktijdverkorting heeft aangevraagd: het zaaknummer. Het zaaknummer staat op de ontvangstbevestiging van het ministerie. Het nummer bestaat uit 5 of 6 cijfers.
  • het loonheffingennummer. Voor ieder loonheffingennummer moet u een aparte aanvraag indienen.
  • de 4 maanden waarover u minstens 20% omzetverlies verwacht.
  • het verwachte percentage omzetverlies in die periode.
  • het rekeningnummer en de tenaamstelling. Dit moet hetzelfde rekeningnummer zijn dat de Belastingdienst gebruikt om te veel betaalde loonheffingen aan u terug te betalen.
  • een kopie van uw bankafschrift (scan of schermafbeelding). Dit is een afschrift van de bankrekening die we hierboven noemen. Rekeningnummer en naam rekeninghouder moeten goed zichtbaar zijn.

Let op: u kunt alleen een Nederlands adres en rekeningnummer opgeven.

Het is mogelijk dat het rekeningnummer van de werkgever dat gekoppeld is aan het loonheffingennummer, een buitenlands rekeningnummer is. Omdat het om uitvoeringstechnische redenen voor UWV niet mogelijk is een subsidieaanvraag te behandelen waarin een buitenlandse bankrekeningnummer is opgegeven, wordt geregeld dat werkgevers met een buitenlands rekeningnummer binnen vier weken een Nederlands rekeningnummer kunnen doorgeven. De subsidie zal vervolgens betaald worden op dit Nederlandse rekeningnummer.

Als de werkgever onderdeel is van een groep of meerdere loonheffingsnummers heeft wordt de verwachte omzetdaling voor alle rechtspersonen en vennootschappen binnen de groep dan wel de loonheffingsnummers gehanteerd. Lees hierover meer bij ‘Wanneer is er sprake van een groep of een concern?’

De werkgever kan de gegevens binnen 4 weken na de aanvraag aanvullen.

De omzetdaling moet per werkgever aangevraagd worden. De meeste werkgevers hebben een onderneming die uit één rechtspersoon (of een natuurlijke persoon) bestaat, met daaraan gekoppeld één loonheffingennummer voor de loonaangifte bij de Belastingdienst. Voor hen is het aanvraagproces het eenvoudigst. Zij bepalen de verwachte omzetdaling voor hun hele onderneming (zie hiervoor) en dienen één aanvraag in. Er wordt een voorschot wordt uitgekeerd op basis van de (daling van de) loonsom van deze onderneming, net als uiteindelijk de definitieve afrekening.

Indien er sprake is van een ondernemer/werkgever die bestaat uit een grotere samenstelling van rechtspersonen of natuurlijke personen, zoals een groep of een concern, is – in principe – de omzetdaling van de gehele groep de basis voor de NOW-subsidie. Sommige concerns hebben meerdere loonheffingennummers. Deze werkgever zal voor dezelfde periode meerdere aanvragen moeten indienen als hij voor zijn hele loonsom subsidie wil aanvragen. Dit moet dan per loonheffingennummer. De subsidiabele loonsom wordt vastgesteld per loonheffingennummer. De werkgever dient in elke aanvraag wel de procentuele omzetdaling op te geven die hij verwacht voor de gehele onderneming; de hele groep. Hij vult dus per aanvraag hetzelfde omzetdalingspercentage en dezelfde referentieperiode in.

Een groep is een economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden. Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen en vennootschappen die met elkaar in een groep zijn verbonden. Voor een groep zijn organisatorische verbondenheid (stap 1), een economische eenheid (stap 2) en centrale leiding (stap 3) cumulatieve voorwaarden.

Stap 1 Organisatorische verbondenheid
Er is sprake van organisatorische verbondenheid indien er integratie in de groeps- of concernorganisatie heeft plaatsgevonden Veelal zal er sprake zijn van organisatorische verbondenheid door directe of indirecte meerderheidsdeelnemingen in het kapitaal van andere groepsmaatschappijen. Een meerderheid van de aandelen is geen vereiste. Ook minderheidsdeelnemingen kunnen tot een groep behoren. De organisatorische verbondenheid kan zelfs zonder aandelendeelneming bestaan, bijvoorbeeld op grond van contractuele afspraken of statutaire voorzieningen. Het gaat om de vraag of er sprake is van integratie in een groep.

Stap 2 Economische eenheid
De organisatorisch verbonden rechtspersonen en vennootschappen dienen gezamenlijk een economische eenheid te vormen. Dit criterium is afkomstig uit het jaarrekeningenrecht waarin als uitgangspunt geldt dat over een eenheid verslag wordt uitgebracht als zij een zodanige economische samenhang heeft dat verslaggeving daarover zinvol is.

Stap 3 Centrale leiding
Het is van belang voor de kwalificatie als groep dat er sprake is van een centrale leiding. Zonder een centrale leiding kan organisatorische verbondenheid niet tot een economische eenheid leiden. Het uitgangspunt is het bestaan van een hiërarchische organisatiestructuur. De economische eenheid dient onder een gezamenlijke leiding te staan. Het gaat om het feitelijk uitoefenen van zeggenschap en niet om het kunnen uitoefenen van zeggenschap zoals van belang voor het begrip dochtermaatschappij.

Het is – onder voorwaarden – toch mogelijk om ook op individueel werkmaatschappijniveau aanspraak te kunnen maken op de NOW-regeling. Deze uitzondering is alleen van toepassing als de hele groep in totaal niet aan een 20% omzetdaling komt (en dus als groep geen recht heeft op NOW-subsidie) maar een of meerdere groepsmaatschappijen wel.

In dat geval moet per individuele aanvraag aan een drietal extra voorwaarden worden voldaan:

  • het concern – waar de werkmaatschappij deel van uitmaakt – moet verklaren over 2020 geen dividend of bonussen uit te zullen keren of eigen aandelen zal terugkopen tot aan de datum waarop de jaarrekening 2020 wordt vastgesteld;
  • de werkmaatschappij(en) die de NOW-aanvraag doen moeten een overeenkomst hebben gesloten met de betrokken vakbonden of andere relevante werknemersvertegenwoordigers over werkbehoud binnen het concern; en
  • concerns met een personeels-bv mogen geen beroep doen op deze uitzondering. Een werkmaatschappij kan alleen NOW-aanvragen als deze zelf personeel in dienst heeft én omzet genereert.

Ter voorkoming van strategisch gedrag gelden in dit geval nog een aantal controlewaarborgen:

  1. De andere werkmaatschappijen mogen geen werkzaamheden uitvoeren die ten koste gaan van de subsidie vragende werkmaatschappij en er mogen ook geen werkzaamheden worden overgedragen aan andere werkmaatschappijen.
  2. Als werknemers worden uitgeleend aan andere groepsmaatschappijen dan wordt het omzetverlies bij de subsidievrager met de waarde van die werkzaamheden verkleind.
  3. Het – eventueel van toepassing zijnde – transferpricing systeem mag niet worden aangepast.
  4. Mutaties aan de voorraad gereed product worden aan de omzet van de subsidievrager toegerekend (dit ter voorkoming van het schuiven met voorraden).

Voor NBBU-leden zijn met name de voorwaarden 1 en 2 van belang.

Sommige werkgevers hebben meerdere loonheffingennummers (hun eerste loonheffingennummer eindigt dan meestal op L01, het tweede op L02, enzovoort). Deze werkgever zal meerdere aanvragen moeten indienen als hij voor zijn hele loonsom subsidie wil aanvragen, namelijk per loonheffingennummer. De subsidiabele loonsom zal dus vastgesteld worden per loonheffingennummer. De werkgever dient wel de omzetdaling op te geven die hij verwacht voor de gehele onderneming. Hij vult dus bij elke aanvraag dezelfde omzetdaling en dezelfde referentieperiode in.

Voorschot op de subsidie

Het voorschot bedraagt 80% van het bedrag van de subsidie. Het voorschot wordt in twee termijnen betaald. Het voorschot wordt gebaseerd op de loonaangifte van maart 2020.

Rekenvoorbeeld:
Bij 100% omzetdaling: De loonsom waarop het voorschot is gebaseerd is € 200.000. Het verwachte subsidiebedrag is € 200.000 x 90% = € 180.000. Als voorschot wordt daarvan 80% uitgekeerd, ofwel € 144.000. Als de loonsom over de maanden maart-april-mei is gedaald tot € 110.000, omdat de werkgever de lonen van werknemers met een flexibele arbeidsomvang niet heeft doorbetaald, wordt daar bij de uiteindelijke vaststelling van de subsidie rekening mee gehouden. De daling van de loonsom, maal 90%, wordt afgetrokken van het subsidiebedrag. Het uiteindelijke subsidiebedrag wordt dus € 180.000 – € 90.000 x 90% = € 99.000. Dat betekent een terugvordering van € 45.000.

Als de loonsom over de maanden maart-april-mei niet is gedaald maar € 200.000 is gebleven, wordt bij de uiteindelijke vaststelling van de subsidie uitgegaan van 90% van de oorspronkelijke loonsom, dus van 90% van € 200.000 = € 180.000. De vastgestelde subsidie is dus hoger en er volgt een nabetaling van € 36.000.

Zodra positief op de aanvraag is beslist zal de subsidie verleend worden en een voorschot verstrekt worden van 80% van de verleende subsidie zoals deze wordt berekend op basis van de bij de aanvraag geleverde gegevens over de verwachte omzetdaling en de loonsom over de maand maart 2020. Er geldt een beslistermijn van 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. In de praktijk wordt ernaar gestreefd om de betaling van het voorschot binnen 2 à 4 weken na ontvangst van de volledige aanvraag te realiseren. Het voorschot wordt in twee termijnen betaald. Vooruitlopend op de uiteindelijke vaststelling van de subsidie voor de loonkosten wordt door deze voorschotverlening substantieel bijgedragen aan het voorkómen van liquiditeitsproblemen die de verplichting voor de werkgever om het volledige loon door te betalen belemmeren.

Verplichtingen bij de subsidie

Als subsidie wordt verleend gelden de volgende verplichtingen:

  • De werkgever is verplicht de loonsom zo veel mogelijk gelijk te houden.
  • De werkgever is verplicht de subsidie aan te wenden voor het betalen van de loonsom.
  • De werkgever is verplicht de ondernemingsraad, personeelsvertegenwoordiging, of bij ontbreken daarvan, de werknemers te informeren over de subsidieverlening.
  • De werkgever is verplicht zich in te spannen om werknemers te stimuleren deel te nemen aan ontwikkeladvies of scholing.
  • De werkgever voert een controleerbare administratie, welke tot vijf jaar na datum vaststelling subsidie ingezien kan worden.
  • De werkgever doet loonaangifte op de voorgeschreven momenten.
  • De werkgever meldt direct (schriftelijk) indien er andere omstandigheden zijn die van invloed kunnen zijn op de subsidie.
  • De werkgever geeft na afloop van de periode waarover subsidie is verleend een definitieve opgave van de omzetdaling met daarbij een accountantsverklaring.
  • Werkgever werkt tot 5 jaar na vaststelling subsidie mee aan eventueel onderzoek.

Nee. Dit is afhankelijk van de hoogte van het voorschot en de definitieve subsidie. Zie hiervoor ‘Wanneer is een accountantsverklaring of een verklaring van een financieel adviseur nodig?’

  • Binnen 24 weken na 15 november vraagt werkgever vaststelling van de subsidie aan
  • Bij de aanvraag wordt meegezonden: Definitieve gegevens omzetdaling
  • Accountantsverklaring of verklaring financieel adviseur (indien van toepassing)
  • Verklaring dat is voldaan de verplichtingen
  • Subsidie wordt vastgesteld aan de hand van de rekenmethode
  • Subsidie wordt uiterlijk 22 weken na ontvangst van de aanvraag vastgesteld

Weigeringsgronden

  • Het is niet of onvoldoende aannemelijk dat de omzetdaling ten minste 20% is.
  • Rekeningnummer van de aanvraag correspondeert niet met rekeningnummer dat hoort bij loonheffingsnummer.
  • Er zijn geen loongegevens bekend in de polisadministratie over de volgende aangiftetijdvakken: maart 2020 of november 2019.
  • De aanvraag voldoet niet aan de eisen.

Rekenhulp NOW 2-subsidie

De NBBU heeft een rekenhulp voor NOW 2-subsidie ontwikkelt. Met de rekenhulp kunt u inzicht krijgen in de hoogte van de voorlopige subsidie en het voorschot, de rekenhulp geeft een indicatie. Ook kunt u monitoren hoe de daadwerkelijke situatie zich verhoudt tot de gegevens die u heeft ingevuld bij de aanvraag.