Ga naar de inhoud

Van opvang naar werk: hoe Zaanstad laat zien dat asielzoekers en werkgevers elkaar wél kunnen vinden

Internationale werknemers

Veel asielzoekers willen graag werken, terwijl werkgevers in vrijwel iedere sector op zoek zijn naar personeel. Toch vinden beide partijen elkaar lang niet altijd. Om daar verandering in te brengen, startten UWV, het COA en de VNG drie landelijke pilots. Zaanstad groeide uit tot één van de koplopers. In iets meer dan een jaar tijd vonden daar 191 asielzoekers werk bij 55 verschillende werkgevers. Volgens de betrokken organisaties ligt de sleutel tot dat succes in een intensieve samenwerking.

Gemeenten, UWV en het COA hebben ieder hun eigen rol als het gaat om de begeleiding van asielzoekers. Juist door die rollen binnen de pilot op elkaar af te stemmen, ontstond volgens de betrokken organisaties een aanpak die op andere locaties nog lang niet vanzelfsprekend is. “De aanpak in Zaanstad is echt een samenwerking tussen UWV, het COA en de gemeente. Op andere locaties is die samenwerking er nog niet. Omdat dit een officiële landelijke pilot is, is deze aanpak anders dan wat we lokaal tot nu toe konden realiseren”, zegt Tirsa Leeuwenhage, casemanager Participatie bij het COA.

Die samenwerking ontstond niet vanzelf. Volgens Danielle Goudriaan, projectleider bij de gemeente Zaanstad, kostte het tijd om organisaties met verschillende werkwijzen en belangen op één lijn te krijgen. Veel overleg, duidelijke afspraken en onderling vertrouwen bleken daarbij onmisbaar. “Je moet echt een team bouwen en vertrouwen opbouwen. Iedereen komt uit een andere organisatie, maar uiteindelijk heb je hetzelfde doel.”

Ook binnen UWV draait de pilot vooral om verbinding. Hellen Molenkamp, project- en programmamanager bij UWV, brengt gemeenten, het COA en de juiste mensen bij UWV bij elkaar en zorgt ervoor dat ervaringen uit de verschillende pilotregio’s worden gedeeld. Daardoor hoeven succesvolle werkwijzen niet telkens opnieuw te worden uitgevonden.

Werk biedt meer dan alleen inkomen

Hoewel extra inkomsten voor veel asielzoekers belangrijk zijn, is dat volgens Leeuwenhage zelden de enige reden om te willen werken. Veel bewoners zoeken vooral structuur, sociale contacten en een zinvolle invulling van hun dag. Zeker nu asielprocedures vaak lang duren, helpt werk om niet maandenlang stil te staan.

Volgens Leeuwenhage ziet het COA regelmatig wat er verandert zodra mensen aan het werk gaan. Bewoners die eerder veel op hun kamer zaten of zich somber voelden, krijgen weer een ritme, bouwen contacten op en voelen zich opnieuw onderdeel van de maatschappij. “Je ziet dat mensen echt opleven zodra ze werken. Ze hebben weer een zinvolle daginvulling, plezier in hun werk en een doel om ’s ochtends voor op te staan.”

Tegelijkertijd vraagt die stap om goede begeleiding. Niet iedere arts, ingenieur of ondernemer kan in Nederland direct weer op hetzelfde niveau aan de slag. Daarom besteden de betrokken organisaties veel aandacht aan verwachtingsmanagement en aan de mogelijkheden die er wél zijn. Voor veel deelnemers vormt een instapfunctie het begin van een loopbaan in Nederland, niet het eindpunt.

Werkgevers overtuigen begint met misverstanden wegnemen

Niet alleen asielzoekers moeten wennen aan een nieuwe situatie. Ook werkgevers hebben vaak vragen. Volgens de betrokken organisaties zijn die vragen lang niet altijd gebaseerd op de praktijk, maar vooral op onbekendheid met de doelgroep en de procedures.

Zo denken veel werkgevers nog altijd dat het aanvragen van een tewerkstellingsvergunning ingewikkeld is en veel tijd kost. Volgens Molenkamp is dat beeld inmiddels achterhaald. De procedure is de afgelopen jaren sterk vereenvoudigd en een groot deel van de aanvragen wordt tegenwoordig al binnen gemiddeld twee weken afgehandeld. “Als we het aanvraagformulier samen met een werkgever doorlopen, is de reactie achteraf vaak: ‘Was dit alles?'”

Ook het beeld van asielzoekers zelf bleek in het begin een belangrijke drempel. Goudriaan zag dat werkgevers vaak terughoudend waren, simpelweg omdat zij nooit eerder met deze doelgroep hadden gewerkt en soms vooroordelen hadden over de doelgroep. Door werkgevers actief te bezoeken, bijeenkomsten te organiseren en successen zichtbaar te maken, veranderde dat beeld geleidelijk. Inmiddels melden steeds meer werkgevers zich juist uit zichzelf aan om mee te doen aan de pilot.

Cultuurverschillen vragen om begeleiding

Een baan vinden is één ding, maar iemand duurzaam aan het werk houden vraagt volgens de betrokken organisaties om meer. Daarom besteden zij veel aandacht aan de voorbereiding van zowel werkgevers als asielzoekers. Bewoners volgen onder meer een workshop over de Nederlandse werkcultuur, waarin onderwerpen als omgangsvormen, veiligheid en communicatie aan bod komen. Werkgevers krijgen tegelijkertijd uitleg over de doelgroep en de begeleiding die beschikbaar is.

Volgens Molenkamp ontstaan misverstanden op de werkvloer namelijk lang niet altijd door onwil, maar vaak door verschillen in taal, cultuur of gewoonten. Ze vertelt bijvoorbeeld over een medewerker die zijn lunchpauze gebruikte om door te werken. Zijn werkgever maakte zich zorgen, totdat bleek dat de werknemer zijn pauze juist cadeau wilde doen uit waardering voor de kans die hij had gekregen. In een ander geval stuurde een zieke werknemer zijn broer naar het werk, omdat hij dacht daarmee zijn werkgever te helpen. “Niet meteen oordelen of confronteren, maar vragen: ‘Ik zie dit gebeuren. Kun je uitleggen waarom je dat doet?’ Dan kom je vaak tot de ontdekking dat iets helemaal geen onwil is.”

Ook taal speelt daarbij een belangrijke rol. Hoewel technologische hulpmiddelen steeds beter worden, blijft goede communicatie op veel werkplekken essentieel, bijvoorbeeld als het gaat om veiligheid. Volgens Leeuwenhage helpt een goede voorbereiding daarom niet alleen de werknemer, maar ook de werkgever. Beide partijen weten beter wat ze van elkaar kunnen verwachten.

Van terughoudendheid naar enthousiasme

Dat de aanpak werkt, blijkt volgens de betrokken organisaties niet alleen uit het aantal plaatsingen, maar ook uit de groeiende belangstelling van werkgevers. Waar de pilot in de beginfase veel tijd kwijt was aan het overtuigen van ondernemers, melden steeds meer werkgevers zich inmiddels uit eigen beweging aan.

Volgens Goudriaan speelde de inzet van een jobhunter daarin een belangrijke rol. Zij had de tijd om werkgevers persoonlijk te bezoeken, vragen te beantwoorden en eventuele twijfels weg te nemen. Bovendien kon zij vanuit haar eigen vluchtelingenachtergrond laten zien wat werk voor deze doelgroep betekent. “Inmiddels ervaren we het tegenovergestelde: werkgevers weten ons juist goed te vinden.”

Molenkamp ziet dezelfde ontwikkeling. Werkgevers die eenmaal ervaring hebben opgedaan met asielzoekers, blijken vaak positiever dan zij vooraf hadden verwacht. Ze ontdekken gemotiveerde medewerkers die graag willen leren en zich willen bewijzen. “Volgens mij missen zij een prachtige doelgroep. Het zijn mensen die graag willen werken, leergierig zijn en heel goed beseffen dat ze misschien niet meteen op hun eigen niveau kunnen beginnen.”

Ook kansen voor uitzendorganisaties

Hoewel de pilot is opgezet door overheidspartijen, zien de betrokkenen nadrukkelijk ook een rol voor uitzendorganisaties. Juist zij kunnen werkgevers en werkzoekenden bij elkaar brengen en beschikken over een uitgebreid netwerk in sectoren waar de vraag naar personeel groot is.

Volgens Goudriaan zijn op dit moment ongeveer vijf uitzendorganisaties aangesloten bij de pilot, maar dat aantal mag wat haar betreft flink groeien. “We werken al samen met uitzendorganisaties. Zij melden zich bij ons met vacatures waarvoor ze kandidaten zoeken. Op dit moment zijn ongeveer vijf uitzendbureaus aangesloten bij de pilot. Dat mogen er wat mij betreft nog veel meer worden.”

Leeuwenhage hoopt vooral dat werkgevers en intermediairs zich niet laten leiden door aannames, maar zelf kennismaken met de doelgroep. “Zie vooral de mogelijkheden. Asielzoekers hebben veel arbeidspotentieel en talenten. Het zijn gewoon mensen zoals jij en ik, alleen komen ze uit een ander land.” Volgens haar begint dat vaak met één gesprek of een bezoek aan een opvanglocatie. Wie eenmaal ziet hoeveel mensen graag aan het werk willen, kijkt vaak met andere ogen naar de mogelijkheden.

Experts op dit onderwerp

Sven van Brakel

Beleid, Arbeidsmigratie & Arbeidsmarkt


Delen via: